Door Coert Munk

Het uitkomen van het vierhonderdste nummer van een tijdschrift vormt doorgaans een reden om even stil te staan en terug te kijken. In de geschiedenis van de SGLO is een terugblik op dergelijke momenten een goede gewoonte geworden. Nu bij Bulletin 400!

Geboorteplaats Leiden
Het is februari 1975. Bij een aantal mensen valt een envelop op de mat met daarin een gestencilde nieuwsbrief. De afzender is H.C. ‘Henny’ Kwik uit Leiden, voor de meeste geadresseerden geen onbekende. Hij opent de nieuwsbrief, naar aanleiding van een eerdere oproep en gesprekken, als volgt:

Bescheiden begin
Mijn oproep om de documentalisten op het terrein van de luchtoorlog in de jaren 1939-1945 wat méér bij elkaar te brengen, heeft succes gehad. Zij het, dat het nog maar een bescheiden groepje is. Maar dat is geen punt. Wel belangrijk is, dat er een start is.
En overhaasten heeft ook geen zin. Want de ervaring heeft geleerd dat een dergelijke methode meestal een doodloper wordt.
Persoonlijk ben ik bijzonder blij dat een aantal mensen de moeite heeft willen nemen te reageren. Sommigen zelfs met hele epistels.

Bulletin 1 januari 1975

Deze nieuwsbrief zou de start vormen voor wat nu het Bulletin Air War 1939-1945 van de SGLO is. Al een aantal jaren eerder was min of meer verzucht, dat het verstandig zou zijn als de verschillende onderzoekers van de luchtoorlog in de Tweede Wereldoorlog (meer) contact met elkaar zouden hebben. Twee weten immers meer dan één en in samenwerking kun je dingen bereiken die persoonlijk niet lukken.

Henny Kwik had eerder aan de basis gestaan van een ander initiatief. De Leidenaar had in 1963 met enkele anderen het initiatief genomen om verzamelaars van materiaal uit en documentatie over de oorlog te verenigen, hieruit ontstond de Documentatiegroep ’40-’45. De groep organiseerde ruilbeurzen en themadagen, waarbij die in 1970 over de luchtoorlog boven Nederland vooral de belangstelling van Henny Kwik had. Dit leidde in februari 1975 tot een pril nieuw initiatief. Het netwerk dat SGLO is, wordt kalmaan uitgebouwd, aan het einde van 1975 zijn er al bijna honderd belangstellenden. Uiteraard zitten daar organisaties in binnen- en buitenland bij die op basis van uitwisseling van informatie en bladen zijn aangesloten. Ook luchtvaartjournalisten, onder wie Hugo Hooftman, zijn aangehaakt.

Henny wist in 1975 nog niet dat hij als eindredacteur verantwoordelijk zou worden voor maar liefst 207 Bulletins. Hij produceerde deze thuis in zijn kelder op een stencilmachine. In zijn afscheid als eindredacteur in 1998, 21 jaar later, meldt hij
“In februari 1975 richtte ik de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 op en was enkele weken lang het enige lid. Maar daarna trad een stroomversnelling in en vandaag de dag is onze Studiegroep er een van uitzonderlijke reputatie.” Hij staat in de annalen van de SGLO te boek als ‘Founding Member’.

De eerste belangstellenden
In het eerste Bulletin worden veertien belangstellenden genoemd, beter gezegd besproken. Een ieders doopceel wordt in een royale alinea toegelicht. In wezen is dit de basis voor de gewoonte in de SGLO om van nieuwe leden hun interessegebied te vermelden als in het Bulletin wordt vermeld dat ze lid zijn geworden. Een goede gewoonte dus die tot het begin van de SGLO terugvoert.

Bij de eerste veertien belangstellenden staan twee namen vermeld van mensen die voor de SGLO van bijzonder belang zouden gaan worden: de heren Ab Jansen en Arie de Jong (beter bekend als A.P.). Ab wordt als een altijd bezige ‘luchtoorlog-bij’ getypeerd en draagt direct bij met wat informatie. A.P. is Hoofd van de Luchtmacht Voorlichtingsdienst en bijzonder ingevoerd in de luchtoorlog. Zij hebben beiden op veel fronten bijgedragen aan het vestigen van de naam van de SGLO. Dat zou hen echter niet zijn gelukt zonder de trouwe steun en hulp van de mensen van het eerste uur, die als klankbord en kennisbron dienden. Er moest immers veel pionierswerk worden verricht!

Alles voor het eerst
Vraag en Antwoord
De eerste vraag in het Bulletin komt van J. van der Maas in Amsterdam, die door Henny Kwik eerder in het Bulletin nog als Jongeman van der Maas (15 jaar oud) is voorgesteld:
“Als een vliegtuig geborgen wordt, wat gebeurt er dan als zo’n vondst aan RAF of USAF wordt gemeld? Reageren dan ook nabestaanden?”
De vraag wordt aan ‘mede-groepgenoot’ A.P. de Jong doorgespeeld. De vraag en antwoord-sectie van het Bulletin is geboren.

Overzichten
Het eerste overzicht in het Bulletin is een lijst van USAAC-units die met de B-17 bommenwerper vliegen, deze vormt de afsluiting van het eerste nummer.

Bulletin 148 maart 1991

De SGLO ontwikkelt zich
Henny Kwik noemde de eerste belangstellenden ‘Bulletin-enthousiasten’ en enkele nummers later ‘Bulletin-liefhebbers’. Al snel werd de term ‘abonnees’ gebruikt voor de mensen met belangstelling voor de informatie. Met ingang van 1977 werden het leden van de SGLO. Het eerste nummer kost ƒ 1,00 per stuk, over te maken op prive-rekening van de initiatiefnemer. Na enkele maanden, in mei 1975, volgt een afzonderlijk gironummer dat nog steeds het SGLO-bankrekeningnummer is.

De eerste Landelijke Bijeenkomst vond op 13 maart 1976 plaats te Eindhoven. Afgesproken werd dat door de groei van het aantal abonnees en het organiseren van bijeenkomsten behoefte aan een bepaalde structuur is ontstaan. Het afhankelijk zijn van één persoon is te vrijblijvend. De vergadering besloot een soort verenigingsverband te zoeken, maar niet met een “zwaar” bestuur. De term “driemanschap” ontstaat als aanloop naar een latere eerste Bestuurscommissie. Het “driemanschap” bestaat uit de heren J.H.M. Berlemon, A.P. de Jong en H.C. Kwik, woonachtig in Leiden en Leiderdorp. SGLO werd nooit een formele vereniging of stichting: het bleef ‘slechts’ een studiegroep zonder verplichtingen, maar wel als een stimulerende omgeving voor onderzoekers en geïnteresseerden.

Bulletin 250 april 2003

Veel van de onderwerpen die ons nu, anno 2020, bezighouden, komen in het eerste jaar van het bestaan van de SGLO al aan de orde. De diepgang van de vragen neemt in de loop der jaren vaak toe, al stellen nieuwe leden gelukkig ook vragen die eerder aan de orde zijn geweest. Daarmee ontwikkelt de klein begonnen nieuwsbrief tot een bulletin vóór en dóór luchtoorlog-documentalisten.

Traditioneel gaan veel onderwerpen over de geallieerde luchtmachten en de vliegtuigen die zij boven ons land hebben ingezet. Later komt ook de Luftwaffe aan de orde en wordt af en toe de oorlog in Nederlands-Indië besproken. Vrij weinig aandacht wordt gegeven aan de meidagen 1940, laat staan over de inbreng van de bondgenoten Frankrijk, Groot-Brittannië en België in ons land. De aandacht van Peter Grimm voor dit laatste wordt al vroeg gemeld, en zal in 2020 in boekvorm concreet resultaat krijgen. De stimulerende invloed van Jaap Woortman op veel artikelen, waaronder die over vliegvelden, mag niet onvermeld blijven. Zowel Peter Grimm als Jaap Woortman maakten lange tijd deel uit van de bestuurscommissie.

Binnen de SGLO vormden zich enkele werkgroepen, die het Bulletin Air War 1939-1945 vaak gebruik(t)en om bekendheid te geven aan hun onderzoek en reacties te krijgen op bepaalde vragen. Circa 1978 startte een initiatief dat weldra bekend werd als de Werkgroep Mobilisatie. Tien jaar later zag Illusies en Incidenten via Defensie het levenslicht, dat er nooit was gekomen zonder ‘Bulletin’ en de steun van A.P.

De artikelen over details van crashes van vliegtuigen in ons land staan aan de basis van het latere Verliesregister, dat in vele afleveringen van het Bulletin Air War 1939-1945 wordt gepresenteerd en tenslotte afzonderlijk wordt uitgegeven en in een digitaal te raadplegen database beschikbaar komt. Die database staat uiteindelijk aan de basis van het nu lopende Nationaal Programma Vliegtuigbergingen, waarvoor Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken een budget ter beschikking heeft gesteld.

Bulletin 283 januari 2007, vanaf dit jaar met het SGLO-logo op de cover.

Een team van mensen uit SGLO wist samen met medewerkers van het NIMH een gedegen inventarisatie van de Nederlandse vliegvelden gedurende de Tweede Wereldoorlog als boek uit te brengen. Vliegvelden in Oorlogstijd heeft inmiddels een tweede, aangevulde druk meegemaakt en vormt de basis voor de kennis over de militaire luchtvaartinfrastructuur van ons land tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Illusies en Incidenten, het Vliegveldenboek en het Verliesregister danken hun bestaan aan de SGLO. Ook het nu lopende Nationaal Programma vliegtuigbergingen komt uit die schoot. Samen met de actuele en groeiende website en de Facebookpagina voorzien ze de leden en belangstellenden van benodigde informatie. Voor de leden zijn er daarnaast de Bulletins en twee maal per jaar gehouden Landelijke Bijeenkomsten waarin leden elkaar bij een doorgaans aantrekkelijk programma ontmoeten.

Het Bulletin Air War 1939-1945, al vierhonderd nummers. Van een stencil is het gegroeid naar een negen maal per jaar verschijnend tijdschrift van 32 pagina’s. Het is niet meer afhankelijk van haperende typemachines en stencilapparatuur of ziekte van de samenstellers. Sinds 1975 zijn ruim elfduizend pagina’s Bulletin Air War 1939-1945 verschenen (omslagen niet meegeteld). Dat zijn, zou je ze inbinden, ruim 22 boeken van het formaat van Vliegvelden in Oorlogstijd naast elkaar, dus bijna negentig centimeter boekenplank!

De verschillende covers illustreren de ontwikkeling van het Bulletin Air War 1939-1945, dat in al die jaren nog maar vijf eindredacteuren heeft gehad:

Van t/m auteur
001 207 Henny Kwik
208 259 Ed Ragars & Jan Jolie
260 288 Hans Nauta
289 378 Huub van Sabben
379 heden Peter van Kaathoven

Redactie-ondersteunend door het maken van een index per jaargang is al jaren Frans Auwerda, hij werd Lid van Verdienste vanwege zijn grote bijdragen aan het opzetten van het Verliesregister.

Bulletin 373 januari 2017

Wensen
Zijn er wensen? Ja, natuurlijk. Stug doorgaan met open oog voor ontwikkelingen. Een “simpel” blad op papier doet het nog steeds. Een index met daarin “alles” wat in het blad verscheen zou een handig naslagwerkje zijn. Al in nummer 024 werd er voor het eerst om gevraagd. De tijd gaat het leren.

Worden alle afleveringen van het Bulletin digitaal beschikbaar, bijvoorbeeld via de website? Neen. De Bestuurscommissie koos er voor om dat niet te doen, vooral ook omdat informatie uit oude jaren vaak verouderd is en dus tot misverstanden kan leiden.

Kwaliteit blijven leveren, door en voor de SGLO-leden. Daar gaat het om in het Bulletin Air War 1939-1945.


0 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.