Aanleiding:
In de documentaire Liever dood dan vermist van regisseur Gisela Mallant en interviewer Frenk van der Linden werd in januari 2018 aandacht besteed aan hoe het kan dat in de ene gemeente een vliegtuigwrak wel en in de andere niet geborgen wordt. Het overheidsbeleid ten aanzien van vliegtuigbergingen is vastgelegd in de circulaire vliegtuigbergingen. Deze bied ruimte voor verschillende interpretaties. Daarnaast spelen ook de kosten van een berging een rol in de beslissing om wel of niet tot berging over te gaan. De huidige verdeelsleutel is 70% van de kosten voor het Rijk en 30% voor de Gemeente. Dat laatste is al snel een flinke kostenpost van een ton of meer. Bovendien is het lastiger om geld vrij te maken voor bergingen op verzoek van nabestaanden, dan bergingen bij een infrastructureel project.

Stirling W7630
In de documentaire wordt de Stirling W7630 als voorbeeld aangehaald. Dit toestel is tot op heden niet geborgen. De verschillende belangen tussen nabestaanden, historisch onderzoekers, grondeigenaar en gemeente heeft de afgelopen jaren veel media aandacht getrokken. Over dit toestel zijn ook de nodige nieuwsberichten terug te vinden op onze website.

Kamervragen
Naar aanleiding van de documentaire heeft de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO) contact gehad met verschillende kamerleden en zijn er kamervragen gesteld. Op 15 oktober 2018 informeert Minister Ollongren ( BZK) de Tweede Kamer doormiddel van een Kamerbrief over de instelling van een nationaal programma berging vliegtuigwrakken met nog vermiste vliegers uit de Tweede Wereldoorlog.

Werkgroep Nationaal Bergingsprogramma
De werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de Vereniging Nederlandse Gemeente (VNG), de Stafofficier Vliegtuigbergingen van de Koninklijke Luchtmacht, de Explosieve Opruimingsdienst Defensie (EODD), de Bergings en identificatiedienst Koninklijke Landmacht (BIDKL) en de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945.

De rol van onze Studiegroep is het uitvoeren van historische archiefonderzoek. Op basis hiervan zullen vliegtuigen wel of niet worden toegevoegd aan de lijst van zogeheten kansrijke bergingen.

De eerste berging
Op maandag 16 september 2019 is begonnen aan de eerste berging i.h.k.v. het Nationaal Bergingsprogramma, het betreft de Stirling W7630.

Veel gestelde vragen over het bergingsprogramma:
Hoeveel vliegtuigen zijn er in Nederland neergestort? tussen de 5.500 en 6.000
Hoeveel vliegtuigen bevatten mogelijk nog stoffelijke resten? 400
Hoeveel vliegtuigen zullen er i.h.k.v het Nationaal Bergingsprogramma geborgen worden? 30-50
Waarom worden niet alle vliegtuigen met stoffelijke resten geborgen? Omdat niet alle vliegtuigen aangemerkt kunnen worden als kansrijkse bergingen. Dit heeft te maken met de crashlocatie of omstandigheden van de crash. Denk hierbij aan een crash in zee of stromend water, een crashplaats waar een gebouw staat of een vliegtuigwrak dat uren heeft liggen branden.
Worden er ook Duitse vliegtuigen geborgen? Ja
Hoeveel vliegtuigen zullen er per jaar geborgen worden i.h.k.v. het Nationaal Bergingspogramma? Ongeveer 3 per jaar
Waar kan ik informatie vinden over alle vliegtuigcrashes in Nederland? In ons verliesregister.
Doet de studiegroep alleen onderzoek naar de vliegtuigcrashes? Nee onze leden doen onderzoek naar uiteenlopende onderwerpen in relatie tot de luchtoorlog boven Nederland. Naast de crashes doen onze leden o.a. ook onderzoek naar de ontwikkeling van vliegvelden, bombardementen, wapens, techniek, vliegtuigtypen, geschiedenis van eenheden en individuen etc. Daarnaast zijn veel van onze leden buiten hun activiteiten voor de studiegroep betrokken bij lokale initiatieven voor het oprichten van monumenten en houden van herdenkingen.

Wilt u na het lezen van de veel gestelde vragen meer weten over het Nationaal Bergingsprogramma of de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945? U kunt contact met ons opnemen via het contactformulier