Vrijdag 15 november 2013 was het zover. Na zes jaar studie en onderzoek mocht onze penningmeester Erwin van Loo zijn proefschrift ‘Eenige wakkere jongens, Nederlandse oorlogsvliegers in de Britse Luchtstrijdkrachten’ verdedigen ter overstaan van promotiecommissie van de Universiteit van Amsterdam. Meer dan 100 genodigden waren aanwezig bij de verdediging van het proefschrift en als speciale gast was eveneens gekomen de voormalig vlieger van het 322 Dutch Squadron en Engelandvaarder de heer Leo Hendrickx.

De verdediging vond plaats in de prachtig gerestaureerde aula van de Oude Lutherse Kerk aan de Singel in Amsterdam. Om klokslag 1 uur begon het zogenaamde lekenpraatje waarbij de gasten in het kort verteld werd wat het proefschrift behelst, tevens werd een prachtige film getoond van de Nederlandse vliegers in Engeland. Na het lekenpraatje kreeg de promotiecommissie – bestaande uit diverse hoogleraren – 45 minuten de tijd om de promovendus kritisch te ondervragen over het proefschrift. Een beproeving die Erwin met glans doorstond.

Namens de Bestuurscommissie en alle leden van de Studiegroep Luchtoorlog willen wij Erwin van harte feliciteren met het behalen van zijn doctors titel. Het boek van Erwin is verkrijgen bij uitgeverij Boom.

Wijbe Buising
Secretaris Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945

Erwin van Loo geflankeerd door de paranimfen Paul van Harten en Marc Kruyswijk (SGLO – @W. Buising)

Erwin van Loo geflankeerd door de paranimfen Paul van Harten en Marc Kruyswijk (SGLO – @W. Buising)


Familie en vrienden op de eerste rij. (SGLO – @W. Buising)

Familie en vrienden op de eerste rij. (SGLO – @W. Buising)


Een deel van de genodigden, op de eerste rij oud- 322 vlieger Leo Hendrickx. (SGLO – @W. Buising)

Een deel van de genodigden, op de eerste rij oud- 322 vlieger Leo Hendrickx. (SGLO – @W. Buising)


Felicitaties en een cadeau voor de kersverse doctor Van Loo (SGLO – @W. Buising)

Felicitaties en een cadeau voor de kersverse doctor Van Loo (SGLO – @W. Buising)


Felicitaties en een cadeau voor de kersverse doctor Van Loo. (SGLO – @W. Buising)

Felicitaties en een cadeau voor de kersverse doctor Van Loo. (SGLO – @W. Buising)


Heel toepasselijk een Spitfire Mk.IXb van 322 (Dutch) Squadron Royal Air Force (Foto: Hobbymaster)

Heel toepasselijk een Spitfire Mk.IXb van 322 (Dutch) Squadron Royal Air Force (Foto: Hobbymaster)

Jans missie: bommen op Noord

Het Parool 15-11-2013 (p.005)
WO II: Amsterdammers speelden rol in Britse luchtstrijd Ruim honderd jonge Amsterdammers
vlogen in de Tweede Wereldoorlog voor de RAF en ze bombardeerden soms hun eigen stad. Een kwart sneuvelde. Historicus Erwin van Loo wil erkenning. De missie: een bombardement van
een elektriciteitscentrale in Amsterdam Noord. Het doel: een impuls geven aan het verzet tegen de Duitse bezetter. Jan van Arkel, een Amsterdammer uit Buiksloot, deed mee aan de
missie in een jachtvliegtuig als begeleider van de bommenwerpers. De missie faalde, er werden te veel bommenwerpers neergehaald. “Van Arkel moet er moeite mee hebben gehad
zijn stad zo onder zich te zien,” denkt onderzoeker Erwin van Loo. Dit is maar één van de verhalen over de 650 Nederlanders die in de Tweede Wereldoorlog vlogen voor de Britse luchtmacht, de RAF, Royal Air Force. Van Arkel was één van de 110 Amsterdammers onder hen.
Van Loo onderzocht voor het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) hun verhalen. Hij interviewde veel van hen in de jaren negentig al. Vandaag verdedigde hij zijn proefschrift. Hierna komt zijn boek Eenige wakkere jongens uit. Deze groep wakkere jongens lijkt vergeten te zijn. Van Loo hoopt dat met zijn boek nu deze mannen ook erkenning krijgen. Overigens zijn nog maar weinigen van hen in leven; 235 kwamen al om tijdens de oorlog. Van Loo weet dat één van de nog levenden in Canada woont en een Limburgse veteraan was vandaag bij zijn verdediging. Eén van de gesneuvelde jongens is
de in Amsterdam geboren en getogen Jan Buning. Buning was via een omweg, van Nederlands-Indië, via Ceylon, in Engeland terechtgekomen, waar hij hoopte zijn officiersopleiding voort te zetten. Al snel werd duidelijk dat er nauwelijks een vloot was waarop hij kon werken. Hij greep de kans om piloot te worden met beide handen aan. Van Loo: “Deze jongens hadden een sterk gevoel voor moraal en waren erg gemotiveerd, ze hadden zich immers vrijwillig opgegeven.” Daardoor waren ze er ook erg op gebrand hun missies te volbrengen – zelfs als zo’n missie betekende dat Nederland zelf aangevallen werd. Buning
bombardeerde op 3 oktober 1944 met zijn bommenwerper, een Lancaster, de Walcherse zeedijk. Zijn vluchtcommandant realiseerde zich pas tijdens de vlucht dat de Nederlander nooit op de vlucht had moeten zetten. Na afloop bood hij zijn excuses aan. Buning wimpelde die af en vond dat hij orders had opgevolgd zoals het hoorde. Van Loo: “Maar die vlucht had veel indruk op hem gemaakt. Gelukkig heeft hij nooit ontdekt dat tientallen
Nederlanders bij die missie omkwamen.” Hij sneuvelde namelijk op zijn 22ste tijdens één van de laatste bombardementen in Duitsland. Hij ligt daar nu begraven. Andere piloten vonden hun weg wel terug naar hun Amsterdam. Het onthaal was meestal emotioneel, doordat velen geen tot weinig contact met hun familie hadden tijdens de oorlog. Voor anderen was het echter triest. “Een Joods-Amsterdamse gevechtsvlieger kwam thuis om daar niks aan te treffen.” Eén terugkomst springt er echter uit: Eduard Barten, die vlak voor de bevrijding
verlof had, wist de nog bestaande Duitse linie in Utrecht te passeren. Hij werd in zijn RAF-uniform door de Duitsers raar aangekeken maar wist met bluf gewoon door te fietsen. Via Hilversum, Bussum en Muiden bereikte hij zo met een gevorderde tweewieler Amsterdam. Van Loo lachend: “Bij de bevrijding stond hij er al.”

Meestrijden tegen de Duitsers

NRC Handelsblad 15-11-2013 (p.19)
Amsterdam. Interview Erwin van Loo Voor het eerst beschrijft een historicus de inzet
van alle Nederlandse RAF-piloten in WOII. Amsterdam. De wroeging kwam pas later, jaren nadat de bommen waren gevallen. Wanneer Han Kosten, navigator bij het 320 Squadron van de Royal Air Force, na de oorlog met zijn gezin op vakantie ging in Frankrijk, ontweek
hij altijd de plaatsen die hij had gebombardeerd. “Als je ouder wordt en je krijgt kinderen en kleinkinderen, dan ga je denken: misschien heb ik daar ook wel kinderen gedood.” Het verhaal van Kosten staat in de dissertatie van historicus Erwin van
Loo, werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) in Den Haag. Van Loo promoveerde vandaag aan de Universiteit van Amsterdam op een studie naar de ervaringen van Kosten en de andere 900 Nederlanders die tijdens de Tweede Wereldoorlog dienden bij de RAF. ‘Eenige wakkere jongens’ , een met vele unieke foto’s geïllustreerd
boek, is het eerste totaaloverzicht van de belevenissen van de Nederlandse vliegers in Britse dienst in de Tweede Wereldoorlog. Hoeveel veteranen heeft u gesproken? “Ongeveer veertig. Ik begon in 1997 met het interviewen van veteranen, toen al een groep die snel kleiner werd. Ik ben blij dat ik er nog zoveel gesproken heb. Hun inbreng geeft kleur aan de feiten die ik in archieven, dagboeken en brieven vond.” Was hun geheugen nog wel betrouwbaar na zoveel jaar? “Dat is natuurlijk een probleem. Pas als ik bevestiging vond in archieven of andere bronnen, heb ik uitspraken uit een interview in mijn proefschrift gebruikt.” Hoe stond de Nederlandse luchtmacht er voor na de capitulatie in mei 1940?
“Niet best. De Marine Luchtvaartdienst (MLD) was erin geslaagd om een redelijk aantal mannen met gevechtsklaar materiaal naar Engeland te laten vluchten. Zij konden in juni 1940 een eigen squadron binnen de RAF opzetten, het 320ste, dat zich bezighield met het
bombarderen van de Duitse scheepsvaart. Maar de Militaire Luchtvaart (ML), de luchtmacht van de landmacht, had bijna geen gevechtsklare mannen en geen toestellen. Het zou tot 1943 duren voor er met het 322 Squadron een eenheid met jachtvliegtuigen werd opgericht. In totaal kwamen er in 1940 van de MLD en ML zo’n 160 man over. Hun aantal werd in de loop van de oorlog aangevuld met Engelandvaarders en mannen uit andere rijgsmachtonderdelen. “Doordat de MLD en de ML na aankomst in Engeland niet met elkaar samengingen, was de inzet van Nederlandse vliegers niet zo effectief als had gekund. De marineleiding wilde zelf zeggenschap houden over hun vliegtuigen.” Hoe was het gesteld met het moreel? “Ze waren gemotiveerd om te vechten. Maar in de eerste oorlogsjaren
deden zich vooral bij de mannen van de MLD problemen voor. Nederlandse leidinggevenden vlogen, in tegenstelling tot hun Engelse collega’s, niet zelf mee bij gevechtsoperaties.
De militairen van lagere rangen hadden dus het idee dat zij alleen de kastanjes uit het vuur moesten halen. Daarbij hadden de Nederlanders aanvankelijk geen goed materieel. Dat
werkte demotiverend. In 1943 werd het beter. Het 320 Squadron kreeg betere toestellen en commandanten die het gevaar met hun mannen deelden. “De piloten die als jachtvlieger dienden, bij reguliere RAF-squadrons en later bij het 322 Squadron, hadden minder problemen. Jachtvliegers, die Duitse vliegtuigen uit de lucht schoten, werden als de elite gezien.” Hoe gingen ze om met de spanningen waaraan ze dagelijks blootstonden?
“Zoals mannen van die leeftijd dat doen: veel drinken, roken en rokkenjagen. Je had mannen die echt flink uit de band sprongen, met orgies en strippokeravonden, en je had
mannen die op zoek gingen naar de rust van een vaste relatie. Zo’n dertig procent van het Nederlandse luchtmachtpersoneel is tijdens de oorlog getrouwd.” Nederlandse piloten haalden uiteindelijk 32 Duitse vliegtuigen neer en namen deel aan honderden bombardementsvluchten. Was deze bijdrage belangrijk? “De RAF bestond aan het eind van de
oorlog uit bijna een miljoen mensen. Van de 900 Nederlanders bij de luchtmacht hebben er ongeveer 650 daadwerkelijk deelgenomen aan operaties; bijna 235 van hen sneuvelden.
Dat is natuurlijk een zeer klein deel van de geallieerde inspanning. Toch was deze Nederlandse deelname belangrijk. Ten eerste vond de regering in ballingschap het politiek noodzakelijk om mee te doen aan de strijd tegen de Duitsers. Het gaf hun het recht
om mee te praten met de andere geallieerden. Daarnaast was het goed voor de Nederlanders onder de Duitse bezetting om te weten dat landgenoten meevochten om hen te bevrijden.
En ten slotte vormden de piloten van de RAF-squadrons de kern van de nieuwe Nederlandse luchtmacht, die na de oorlog werd opgezet. “Het heeft lang geduurd voordat de veteranen
van de RAF erkenning kregen voor hun werk. De meeste focus lag na de oorlog op de daden van het verzet. Dat heeft ze wel gekwetst, denk ik. Pas toen Erik Hazelhoff Roelfsema
in Soldaat van Oranje over zijn tijd in de RAF vertelde, kwam die waardering er. Dat heeft ze goed gedaan.” Erwin van Loo: ‘Eenige wakkere jongens’: Nederlandse oorlogsvliegers in de Britse luchtstrijdkrachten 1940-1945. Uitgeverij Boom, 515
blz. € 34,90


0 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.