Dankzij z’n nuchterheid heeft ‘ie twee zware oorlogsjaren overleefd. Maar als Alex Erdin (91) het wapen vasthoudt dat hem ruim zeventig jaar geleden het leven redde, krijgt de Delftse verzetsheld het toch even te kwaad. „Het doet me wel wat, dit pistool,’’ zegt hij met verstikte stem. Erdin is speciaal naar het Nationaal Militair Museum in Soesterberg afgereisd om nog één keer de Walther PP in handen te houden. Exact hetzelfde wapen dat hij tijdens de Duitse bezetting zo vaak heeft gebruikt. En hem op een kwade dag oog in oog met een Duitse militair goed van pas kwam. ,,Het gebeurde op het voetpad langs de Kanaalweg in
Delft,” blikt hij terug. ,,Ik zat ondergedoken, omdat ik anders naar Duitsland zou moeten om te werken. Ik kwam in het verzet terecht en bracht zo nu en dan illegale krantjes rond. Zo ook die dag. Op de Kanaalweg kwam me een Duitse eenheid op de fiets tegemoet. De laatste militair in die groep riep dat ik mee moest komen, maar dat weigerde ik.’’ Er ontstond een worsteling waarbij Erdin de Duitser in eerste instantie wist te overmeesteren. ,,Maar een omstander trok mij van hem af. Ontzettend stom, natuurlijk. Die Duitser aarzelde geen moment en trok zijn wapen. Maar daarna ging hij om zich heen kijken, zoekend naar zijn maten. Die waren echter doorgereden.’’ Van dat moment maakte Erdin gebruik. ,,Ik trok toen ook meteen mijn Walther. Die was doorgeladen, dus ik
kon meteen afdrukken. Maar natuurlijk wilde ik hem niet neerschieten. Dus een paar schoten in de lucht waren voldoende om die Duitser weg te jagen.’’ De Bezettingsjaren waren voor Erdin sowieso een periode vol actie. Twee jaar lang zat hij ondergedoken in het gebouw van de Botanische Tuin aan de Julianalaan. ,,Die toen overigens Poortlandlaan heette,’’ zegt Erdin. ‘’De Duitsers wilden alle verwijzingen naar het Nederlandse koninklijk huis uitwissen.’’

Het leven van de jonge Alex Erdin speelde zich twee jaar lang grotendeels af binnen de muren van die Botanische Tuin. ,,Ik belandde er in juli 1943. In die maand werd ik gesommeerd naar het station te komen. Met de trein naar het oosten, werken voor de Duitsers. Daar had ik natuurlijk helemaal geen zin in.
Gelukkig werd ik in contact gebracht met meneer De Vries die op de Botanische Tuin woonde. Daar zou ik tot de bevrijding blijven.’’ Om de verveling tegen te gaan, bekwaamde hij zich in het geven van schietlessen aan het verzet. „We oefenden in de kelder van het huis,’’ vertelt Erdin. „Een baal stro fungeerde als
schietschijf. We hadden niet alleen de Walther – buitgemaakt bij een overval op het Delfts politiebureau – maar ook stenguns. Die waren door de
Engelsen gedropt.’’

Nu, zeventig jaar later, beschouwt Erdin zichzelf niet als een held. „Ik deed gewoon wat ik dacht wat goed was. Als het nu weer nodig zou zijn, zou ik het weer doen. Hoewel het met mijn leeftijd wellicht wat lastiger zou zijn dan toen,’’ lacht de Delftenaar. En het wapen? Dat belandde via via in het Legermuseum in Delft. Toen de hele collectie vorig jaar verhuisde naar het nieuwe militaire museum in Soesterberg, kwam ook de historische Walther er terecht. Is het de laatste keer dat hij het wapen heeft gezien? Erdin zelf houdt daarover liefst nog een slag om de arm. ,,Wie weet sta ik hier over tien jaar weer,’’ zegt hij lachend.


0 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.