Bulletin 388 De Ranger aanval van het 312 (Czech) Squadron op 25 augustus 1944. De laatste missie van W/O Vaclav Ruprecht.

Door Jasper Brinksma

Op 25 augustus 1944 werd een luchtaanval onder leiding van F/Lt Otto Smik uitgevoerd op vijandelijk treinverkeer [1][2][3]. Tijdens mijn onderzoek naar Otto Smik trok deze Ranger missie door het 312 (Czech) Squadron mijn aandacht omdat vermeld werd dat deze nabij Raalte had plaatsgevonden en omdat op de terugweg één van de piloten Vaclav Ruprecht tragisch verongelukte op zee. Vooral door de spectaculaire beschrijving van de aanval bij Raalte was ik benieuwd of er andere bronnen te vinden waren die de aanval vanaf de grond konden bevestigen. Hieronder volgt eerst de beschrijving van de aanval volgens de operationele logboeken van het 312 Squadron en andere geraadpleegde bronnen [1][2][3]. Daarna volgt een verdere bespreking en analyse van de achtergronden met mogelijk een verrassende ontdekking….

Bij deze succesvolle grondaanval op vijandelijke treinverkeer werden drie treinen vernietigd, waarvan één kostbare brandstof vervoerde. Deze zogenaamde Ranger missie boven Nederland bestond uit een sectie van vier Spitfires en werd geleid door F/Lt Otto Smik. Een Ranger aanval was een gewapende verkenningsvlucht uitgevoerd door een kleine groep jachtvliegtuigen (4 tot 8) op willekeurige gronddoelen over lange afstand en onder alle weersom-standigheden. Otto Smik vloog deze missie met de Spitfire ML296 (DU-N). Met deze Spitfire zou hij een paar dagen later nabij Prinsenbeek een succesvolle noodlanding maken na een aanval op vliegbasis Gilze-Rijen [2][3]]. Hij zou uiteindelijk met hulp van het verzet terugkeren om vervolgens als commandant van het 127 Squadron op 28 november 1944 te sneuvelen bij Zwolle [2]. De aanvalssectie op 25 augustus 1944 bestond naast F/Lt Otto Smik uit F/Sgt Jindrich Konvicka (ML261/DU-P), W/O Vaclav Ruprecht (ML245/DU-R) en Sgt Vit Angetter (MK670/DU-Y).

Een opname uit een filmfragment over 312 squadron; F/sgt Vaclav Ruprecht (links) tijdens een briefing van het squadron in 1942 (collectie J. Rajlich)

Een opname uit een filmfragment over 312 squadron; F/sgt Vaclav Ruprecht (links) tijdens een briefing van het squadron in 1942 (collectie J. Rajlich)

Om 17:55 uur vertrokken ze van hun basis Coltishall om hun missie uit te voeren in het gebied tussen Heerenveen, Meppel en Epe met het vliegveld bij Steenwijk (Havelte) als hun hoofddoel. Ze passeerden de kustlijn bij Egmond en op een hoogte van 120 meter zetten zij koers naar Heerenveen en vervolgens bogen zij af richting Meppel. Nabij het vliegveld van Steenwijk (Havelte) namen ze geen activiteit waar en besloten om verder zuidwaarts te vliegen. Toen ze Zwolle passeerden zagen ze drie treinen net buiten het station van Raalte [1][4]. Twee treinstellen bestonden uit open en gesloten treinwagons met daartussen een treinstel met brandstof. Smik gaf het bevel om aan te vallen. Drie aanvallen met hun boordwapens werden uitgevoerd. De tankwagon met brandstof explodeerde als eerste gevolgd door de andere wagons. De rook van de explosie reikte tot 2000 meter hoogte en was zichtbaar op 100 kilometer afstand [4].
Eén van de aanvallers Vit Angetter, die zich na de oorlog in 1950 in Amerika vestigde, herinnert zich deze aanval als volgt: “Zoals al opgemerkt was ons hoofddoel om het vliegveld bij Steenwijk (Havelte) aan te vallen. Toen we de Nederlandse kust naderden daalden we snel naar 200 voet. Deze lage hoogte was van essentieel belang om optimaal van het verassingseffect gebruik te kunnen maken. Waarschijnlijk vlogen we boven de Zuiderzee nog wel lager. De bemanningen van de kleinere schepen, waarschijnlijk vissers, zwaaiden naar ons. Boven het vliegveld werd geen activiteit waargenomen. Dus draaide we richting het zuiden, Zwolle vermijdend. Bij Raalte zagen we drie treinen met de wagon met brandstof in het midden.

Omdat ze op de grond allemaal naar ons zwaaiden vlogen we eerst op lage hoogte over het station om de bemanning de kans te geven om de trein te verlaten. Als eerste vielen we de trein met brandstof aan. Toen mijn munitie op was bleef ik de aanval met mijn camera volgen. Na de oorlog in de Verenigde Staten hoorde ik van Josef Bednar, die ook bij 312 Squadron vloog, dat mijn opnames waren vertoond in de leslokalen van de RAF gunnery schools. Na een grote explosie verlieten we het gebied. Het was indrukwekkend, alles stond in brand en ik vroeg me af hoeveel slachtoffers er zouden zijn. We waren ondertussen ver weg boven de zee en ik kon nog steeds de zwarte rook zien…” [5].
Hoewel de aanval als een groot succes werd gezien kende de missie geen gelukkig einde. Na de aanval op de treinen vertrokken zij in noordwestelijke richting op zoek naar vijandelijke vliegtuigen. Nabij Soesterberg staakte zij hun zoektocht om terug te vliegen naar hun thuisbasis. Omstreeks 19:45 uur crashte het toestel (ML245 DU-R) van de ervaren Vaclav Ruprecht (26 jaar) door een onbekende oorzaak in zee. Hij vloog toen op 500 meter hoogte op ongeveer 60-70 mijl uit de kust ten oosten van Great Yarmouth (circa 100km West van Zandvoort). Vrijwel meteen verdween het vliegtuig met de piloot onder water. Het toestel zou geen gebreken hebben of beschadigd zijn geweest door afweergeschut anders was dit wel gemeld door de piloot tijdens de vlucht. Waarschijnlijker is dat er motorproblemen waren en vliegend op lage hoogte boven zee bleek dit fataal wat ook bevestigd wordt door verschillende bronnen: “Op de terugweg naar Engeland op ongeveer 50 mijl voor de kust vroeg W/O Ruprecht over de radio aan F/Lt Smik DFC om te vragen of hij nog de externe brandstoftank had. F/Lt Smik antwoordde bevestigend en vroeg W/O Ruprecht om over te schakelen naar de interne hoofdbrandstoftanks. Blijkbaar wierp hij toen zijn externe brandstof af en plotseling stopte zijn motor op een hoogte van 1500 voet en crashte hij in de zee…. Het is zeer waarschijnlijk dat de motor stopte toen hij de interne brandstoftanks wou selecteren. De Search and Rescue (SAR) schepen en een vliegtuig konden hem helaas niet meer vinden” [6].

Vit Angetter herinnert zich over de crash: “We vlogen in een losse formatie terug en waren al ver van de Nederlandse kust toen Ruprecht achterop begon te raken. Ik vloog links van hem en ging langzamer vliegen waardoor ik net iets boven hem zat. Ik merkte op dat zijn propeller langzamer begon te draaien en dat Vaclav met iets bezig was in de cockpit. Meteen realiseerde ik mij dat hij bezig was over te schakelen naar zijn hoofdbrandstoftank maar het was al te laat. We vlogen op lage hoogte en zijn Spitfire dook in de zee. Omdat Smik en Konvicka al verder weg waren zond ik een noodsignaal uit om de crash locatie te bepalen. Het vliegtuig lag onder water voor enkele minuten. Toen kwam de staart omhoog en verdween het vergoed onder water. Waarschijnlijk was de romp vol met water gelopen. Voor enkele minuten hoopte ik hem nog te zien maar tevergeefs……” [7].

Vaclav Ruprecht 30-09-1917 – 25-08-1944 (collectie J. Rajlich)

Vaclav Ruprecht 30-09-1917 – 25-08-1944 (collectie J. Rajlich)

Vaclav Ruprecht
Vaclav Ruprecht werd geboren op 30 september 1917 in Hulin, district Kromeriz (Tsjechië) en was een ervaren piloot. Voordat hij bij de Tsjecho- Slowaakse luchtmacht ging was hij van origine een automonteur. Hij volgde voor de oorlog al de militaire vliegopleiding in Prostejov en diende als onderofficier bij het luchtvaart regiment nr. 5 (Letecky pluk c. 5) in Brno. Hij ontvluchtte zijn land op 19 juni 1939 naar Polen en bereikte Frankrijk per schip op 30 juli 1939. In Frankrijk volgde hij een conversie-training maar door de inval van de Duitsers moest hij wederom evacueren en kwam daardoor niet meer in actie. Hij melde zich bij de RAF in de zomer van 1940 als onderofficier en kreeg later de rang van officier. In de RAF werd hij verder opgeleid bij het No. 52 Operational Training Unit (OTU) en daarna ingedeeld bij het 312 (Czech) Squadron. Op 19 augustus 1942 (Operation Jubilee) claimde hij met de Spitfire VB EP518 DU-N een waarschijnlijke overwinning (probable) op een FW 190 om 11:30 uur boven Dieppe. Na zijn eerste tour van 21 juli 1941 tot 15 april 1943 kreeg hij rust als ferry-piloot bij de No. 2 Delivery Flight. Van 15 oktober 1943 tot 12 mei 1944 diende hij bij het 313 Squadron. Vanaf 13 juni 1944 vloog hij weer bij het 312 Squadron tot aan zijn dood op 25 augustus 1944. Hij werd tweemaal onderscheiden met het Tsjecho-Slowaakse oorlogskruis en ook twee keer met de Tsjecho-Slowaakse medaille voor moed [8]. Zijn naam is vermeld op het Runnymede Memorial panel 212 in Groot Brittannië.

Crashlocatie Vaclav Ruprecht
De oorzaak van de crash op basis van de beschikbare bronnen duidt erop dat de motor door brandstof gebrek stil viel. Mogelijk was dit het gevolg van het afwerpen van de externe brandstoftank en/of te laat of verkeerd selecteren van de hoofdbrandstoftanks. Brandstoflekkages onderweg door luchtafweerschade (niet opgemerkt) of andere technische mankementen zouden ook mogelijk kunnen zijn geweest. In het Operations Record Book van het 312 Squadron wordt gemeld dat er geen flak was in het operatiegebied, maar er werden wel enkele (ongeveer 8) schoten van licht luchtdoelgeschut vanaf Soesterberg Waargenomen [9]. In een overzicht van alle Spitfires gebruikt door de Tsjecho-Slowaakse squadrons wordt ook de Spitfire van Vaclav (ML245) genoemd. Bijzonder is het bijschrift dat deze geraakt zou zijn door luchtafweer nabij Den Haag en dat het vliegtuig, waarschijnlijk door brandstoftekort, 55 mijl oostelijk van Great Yarmouth neerstortte [10]. De crashlocatie komt overeen met de andere geraadpleegde bronnen [1][4][5][6]. Maar de melding van luchtafweer en de positie nabij Den Haag is nieuw. Den Haag wordt ook genoemd in een andere bron maar dan in combinatie met de positie aanduiding, 16 kilometer west, van de crashlocatie in zee [11]. Nu ligt Den Haag slechts 30 kilometer zuidelijker van Zandvoort. Onduidelijk is waar deze bronnen op zijn gebaseerd [10][11]. Mogelijk is hier sprake van een vertaal of interpretatie fout van originele (Tsjecho-Slowaakse) documenten of andere bronnen geweest. Op basis van een reconstructie van de eerder bovengenoemde bronnen zou de crashlocatie dus tussen de 50-70 mijl voor de Engelse kust moeten zijn geweest. Bij de terugvlucht worden de locatie Zandvoort en Great Yarmouth genoemd wat ongeveer in de lijn ligt naar hun thuisbasis Coltishall. De afstand hemelsbreed van Zandvoort naar de Engelse kust bedraagt ongeveer 200 km. Dus de crashlocatie zou ongeveer halverwege op 100 km west van Zandvoort moeten zijn geweest. Aangezien het vliegtuig onder water werd waargenomen door Vit Angetter en er gemeld dat hij in zee stortte of dook is het aannemelijk dat het vliegtuig overtrokken is geraakt. Door de werkdruk in de cockpit en de focus op het selecteren van de brandstof tank en starten van de motor zou de snelheid ongemerkt onder de overtreklimiet kunnen geraken.

Reconstructie van de gevlogen route en crashlocatie W/O Ruprecht (1.) volgens de Operational Records Books en de alternatieve gevlogen route op basis van literatuuronderzoek en de crashlocatie (2.) volgens Collectie 800 de Haan (kaart google maps)

Reconstructie van de gevlogen route en crashlocatie W/O Ruprecht (1.) volgens de Operational Records Books en de alternatieve gevlogen route op basis van literatuuronderzoek en de crashlocatie (2.) volgens Collectie 800 de Haan (kaart google maps)

Analyse luchtaanvallen gemeente Raalte
Van de aanval op de treinen bij Raalte zou men, gezien de omschrijving van explosies en de hoge rookkolom, verwachten dat deze aanval niet onopgemerkt is gebleven op de grond. Nader onderzoek toont echter aan dat er geen bronnen bekend of bewaard zijn gebleven die de aanval vanaf de grond kunnen bevestigen [12][13][14][15]. Er worden wel meldingen gemaakt van meerdere luchtaanvallen op het spoor wat vanaf midden 1944 en begin 1945 niet ongewoon was in verband met het oprukkende front en de V1 en V2 activiteiten van de Duitsers in de regio [12][13][14][15][16].

In het archief van de gemeente Raalte worden er in de beschikbare maandelijkse rapporten van de burgemeester melding gemaakt van meerdere slachtoffers en schade door luchtaanvallen op of nabij het station in de periode van maart 1945 [16]. In de maandrapporten is slechts één melding te vinden van een in de brand geschoten goederen-trein maar dit rapport is van 18 juli 1944 [16]. Interessant is de beschrijving van dag tot dag tijdens de oorlog door de gebroeders Spit uit Raalte waarin vele meldingen worden gedaan van bombardementen, lucht- aanvallen en V1/V2 lanceringen maar helaas ontbreekt hier de periode van mei t/m oktober 1944 [13].

De heer Albers beschrijft de luchtaanvallen op het spoor in zijn boek “Het leven van alledag” als volgt: “Vooral de naaste omgeving heeft de meeste kans om de “bijna-treffers” op te vangen. Vandaar dat de huizen al vlug ontruimd worden. Het goederenstation, reeds lang buiten gebruik, ligt zo’n 100 meter richting Heino. Dit gaat er als eerste aan, het spaarde afbreken uit. Het Reizigersstation raakt al spoedig de helft kwijt, maar het overgebleven deel heeft nog jaren na de oorlog dienst gedaan. Alleen de spoorbrug over het kanaal is jaren lang een mikpunt geweest, doch nooit getroffen, maar de omgeving was onbewoonbaar…(…)… Met al die bombardementen, soms wel drie keer per dag, is het toch maar veiliger een eindje uit de buurt te gaan wonen” [13]. Maar geen enkele omschrijving hiervan is direct te relateren aan de Ranger aanval op 25 augustus 1944.

Het resultaat van de luchtaanval op 25-08-1944 bij Zevenaar. In brand geschoten olie-wagons op het stationsemplacement [18] (met dank aan CVZ Zevenaar).

Het resultaat van de luchtaanval op 25-08-1944 bij Zevenaar. In brand geschoten olie-wagons op het stationsemplacement [18] (met dank aan CVZ Zevenaar).

Op basis van luchtfoto’s uit die periode liggen het goederenterrein en station net iets buiten de bebouwde kom, dus minder mensen kunnen het hebben opgemerkt [12]. Het gebied rond het spoor werd door de evacuatiedienst in november 1944 ontruimd vanwege het gevaar van de vele luchtaanvallen [16]. Pas later op 22 maart 1945 is het stationsgebouw gedeeltelijk vernietigd door een treffer tijdens een van de vele bombardementen in deze maand met als doel de spoorbrug [3][12][16]. Het is dus mogelijk dat de Ranger aanval in het buitengebied slechts een van de vele was en daarom niet gedocumenteerd of opgemerkt is geweest. Maar op basis van de kilometers hoge rookkolom en voorafgaande explosie geeft dit toch stof tot nadenken. Dit doet vermoeden of zou tot speculatie kunnen leiden dat het mogelijk een andere (meer afgelegen) locatie is geweest en/of dat de uitwerking van de aanval incompleet of foutief is opgeschreven op basis van de verslagen van de betrokken piloten.

Ruprecht geheel links voor een Spitfire VB van het 312 Sqd in 1942 (Coll. J. Rajlich)

Ruprecht geheel links voor een Spitfire VB van het 312 Sqd in 1942 (Coll. J. Rajlich)

Vier Anglo-Amerikaanse of toch vier Tsjecho- Slowaakse jagers bij Zevenaar?
Bij een nadere analyse van de verschillende geraadpleegde bronnen viel mijn oog op een melding van een luchtaanval op het station van Zevenaar op dezelfde dag [3][17][18][19]. Beschrijving van deze aanval spreekt over vier Anglo- Amerikaanse jagers die om 19:00 uur vijf olie- tankwagons en drie wagons met fietsbanden in brand schoten[18]. Met een grote rookkolom als gevolg die kilometers ver te zien was [19]. Hierbij viel een gewonde en twee lichtgewonden en wordt door de spoorwegen ook nog melding gemaakt van beschadiging van het emplacement door een bominslag [19].

Zevenaar ligt wel 50 kilometer zuidelijker van Raalte maar de beschrijving van de aanval komt sterk overeen. De vermelde tijden lijken te kloppen als we uit gaan van de geldende Duitse zomertijd en de Engelse dubbele zomertijd. De totale vliegtijd volgens het Operational Record Book was 2 uur en 20 minuten. Na take-off om 17:55 uur uit Engeland zouden ze om circa 19:00 uur boven het doel (Zevenaar) kunnen zijn geweest. De meldingen van een bominslag en AngloAmerikaans jachtvliegtuigen zijn niet direct te verklaren. Voor zover bekend waren de Spitfires van het 312 Squadron bij deze aanval niet uitgerust met bommen.
Mogelijk is het afwerpen van een brandstoftank aangezien voor een bom. Met de term Anglo- Amerikaanse jagers kan men mogelijk ook in zijn algemeenheid de Canadezen bedoelen die ook met de Spitfires aanvallen uitvoerden in de regio. Een andere optie is dat het Amerikaanse Mustangs (P-51) of Thunderbolts escortejagers (P-47) zijn geweest. Hiervan is bekend dat zij na het beschermen van de bommenwerpers naar Duitsland op de terugweg regelmatig willekeurig gronddoelen aanvielen[19]. Op 25 augustus 1944 werden er meerdere missies gevlogen door Amerikaanse 8th Air Force naar Frankrijk, België en een missie (Mission 570) van B-17 en B-24 bommenwerpers naar meerdere doelen in Duitsland met als escorte P-47 en P-51 jagers[20].

Ook wordt er een aanval uitgevoerd in Nederland nabij Moerdijk door 10 B-24 bommenwerpers met 36 P-47 jagers als escorte[20]. Gezien de routes en tijden is het niet waarschijnlijk dat het Amerikaanse P-51 of P-47 jagers zijn geweest bij Zevenaar. De bombardementsvluchten werden vaak in de middag uitgevoerd en Zevenaar lag ook niet dichtbij de gevlogen aanvalroutes naar Noord-Duitsland of van de andere meer zuidelijker gelegen doelen die dag [20][21].
Kortom er is een sterk vermoeden om aan te nemen dat deze Ranger aanval van het 312 (Czech) Squadron niet bij Raalte maar bij Zevenaar heeft plaatsgevonden. Feit blijft dat dit de laatste missie was van de onfortuinlijke W/O Vaclav Ruprecht….

Met dank aan de volgende personen / instellingen:
dhr. J. Rajlich, dhr. R. Woolderink, dhr. J. Segbers, dhr. J. Endeman (Gemeente Raalte), NIMH, dhr. V. Lansink (Utrechts Archief/NS), dhr. H. Bouwhuis (Stichting Marke Haarle), dhr. J.H. Vermeer (SGLO), mevr. Marijke Olie-Teunissen (CVZ Zevenaar), dhr. Tijs Kleuters (ECG Group)

Bronvermeldingen:
[1] Spitfire nad Evropou, J. Rajlich, Svet Kridel, Cheb, 2004 (Engelse vertaling)
[2] Zie vielen rondom Zwolle, J.L. Schotman, IJsselacademie Kampen, 2001
[3] En nooit was het stil…, deel 2, G.J. Zwanenburg, KLu, 1990
[4] PRO, AIR 27/1692. No. 312 Squadron Operations Record Book; VUA, CSL-VB, sign. 183/CIII/105. Review of the Czech squadron activities over France; sign. 1625-1626/BI/1/289/. No 312 squadron War Diary.
[5] V. Angetter: correspondentie Jiri Rajlich, 24 maart 2003.
[6] VUA, CSL-VB, sign. 183/CIII/105. Review of the Czech squadron activities over France.
[7] V. Angetter: correspondentie Jiri Rajlich, 24 maart 2003.
[8] Correspondentie met de auteur Jiri Rajlich, april 2017
[9] Operations Record Book No. 312 squadron
[10] https://fcafa.com/2012/09/19/spitfire-aircraft-of-310-sqn-312- sqn-and-313-sqn
[11] Collectie 800 de Haan (NIMH)
[12] Raalte in oorlogstijd 40-45, R. Woolderink, eigen beheer, Doetinchem, 1986
[13] Het leven van alledag, W. A. Albers, eigen beheer, 1990, Raalte, blz 59
[14] Haarle in Oorlogstijd, J. Rodijk, Stichting Marke Haarle, 2013, blz 33
[15] Utrechts archief, dienst van exploitatie van NS / Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd, 1939-’45
[16] Gemeente archief Raalte maandrapporten politionele aangelegenheden
[17] Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940- 5 mei 1945, T. Everstijen
[18] 140 jaar spoor langs Zevenaar, Gerrie A.J. Willemsen,Cultuurhistorische Vereniging Zevenaar, januari 1996
[19] Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd, 1939-’45, ing. C. Huurman, Uitgeverij Uquilair B.V. (NVBS), 2001
[20] https://www.8thafhs.org/combat1944b.htm
[21] Losses of the US 8th and 9th Air Forces, Volume 4, Stan D. Bishop en John A. Hey MBE, VK, 2013
[20] Google maps; bewerkt kaartje met route Ranger missie en crashlocatie Vaclav Ruprecht
Voor


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.