NIEUW LICHT EN NOG MEER VRAGEN: HUDSON FK790

door: Huub van Sabben – Deventer

Het is op de avond van 5 juli 1944 een drukte van belang op de dispersal van 161 Squadron op Tempsford. Vier bemanningen zijn gebriefed voor operaties naar Nederland; op vier verschillende locaties zullen agententeams worden gedropt. Vier Lockheed Hudsons zijn door het grondpersoneel gereed gemaakt en door de bemanningen gecheckt en in orde bevonden.

In het begin van de avond rijden kort achter elkaar vier geblindeerde voertuigen de basis op, aan boord een officier en de respectievelijke agententeams. De aan de Britse SIS (MI6)gelieerde Nederlandse Inlichtingen Dienst “Bureau Inlichtingen” (BI) stuurt drie van haar agenten naar Nederland. In volgorde van vertrek zijn het:
1) Ger van der Weerd die werkt voor de ontsnappingsorganisatie MI9 van Airey Neave, hij moet gedropt worden oostelijk van Eindhoven en gaan werken op de Veluwe. Hij wordt gevlogen door F/O R.N. Ferris (RCAF) en crew in Hudson FK803; MA-N. Start 23.14 uur. Om 02.54 uur keert Ferris onverrichter zake terug. Slecht weer en kompasproblemen zijn de oorzaak van het mislukken. Het is Van der Weerd’s tweede poging.
2) De BI-agenten Gerard Buunk en Gijs Hooyer vertrekken om 23.37 uur onder de de codenaam St.Mark met F/O H.B. Ibbott en zijn crew in Hudson FK763; MA-P.
Probleemloos wordt het doelgebied bij Zutphen bereikt. Even na 02.00 uur worden zij gedropt bij Kasteel Oolde onder Laren (Gld).

Het aan SOE gekoppelde Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO) stuurt een aantal sabotage-teams naar bezet gebied. Het zijn:
1) de missie FIVES, bestaande uit de agenten Pieter Kwint, Pleun Verhoef, Johannes Walter en Jan Bockma. Zij worden gevlogen door F/Lt J.W. Menzies en crew in Hudson FK790, MA-R. Vertrektijd is 23.50 uur. Deze Hudson wordt boven bij binnenkomst ter hoogte van Terschelling onderschept door een Duitse nachtjager en verdwijnt brandend in het IJsselmeer. Er zijn geen overlevenden.
2) Slechts een minuut later vertrekt P/O R.Morris en crew in Hudson T9463; MA-L.
Aan boord een van de meest succesvolle BBO-agenten teams: Len Mulholland (Podex), Bert de Goede (Rummy) en Arie van Duijn, hun telegrafist. Dit team wordt om 01.45 uur boven de Tongerense Heide bij Epe gedropt. Beide teams werden uitgezwaaid door Z.K.H. Prins Bernhard.

BBO-agent Len Mulholland, BL,VHK,MC, (PODEX) en Ron Morris, DFC, VK, na 60 jaar weer herenigd. (SGLO – @H.M. van Sabben)

BBO-agent Len Mulholland, BL,VHK,MC, (PODEX) en Ron Morris, DFC, VK, na 60 jaar weer herenigd. (SGLO – @H.M. van Sabben)

We blijven – hoe interessant ook de verhalen van de andere teams zijn, bij de Operatie Fives. De Hudson die niet terug kwam werd bekend als de “Hudson van Makkum”, nadat de Kon.Marine in 1997 de laatste vermiste wrakdelen had geborgen. In het cockpitdeel trof men de restanten van de sinds 1944 vermiste John Watherstone Menzies, DFC, aan.

De crash van deze Hudson en allerlei speculaties, ondermeer uit kringen van het voormalige verzet, omtrent verraad rechtvaardigden een diepgaand onderzoek. Eerst moesten we er achter zien te komen door welk Duits toestel deze Hudson was neergehaald. Dat op zich was al een geweldige puzzel. Uiteindelijk bleef als conclusie over dat deze tweemotorige Hudson als een viermotorige Lancaster in de Duitse Abschusslisten voorkwam.

Het is mede dankzij de hulp en het speurwerk van een aantal leden van onze Studiegroep, dat helder en duidelijk werd welke Duitsers verantwoordelijk waren voor het neerhalen ervan. Het betrof:

Messerchmitt Bf 110G-4, Werkenummer 730036, rompcode G9+ER van 7./NJG 1 van Leeuwarden, gevlogen door:
Piloot Feldwebel Heinrich LAHMANN, geb.03.05.1913 te Bückeburg en gesneuveld op 03.03.45 omgeving Soest-Dld
Bordfunker Unteroffizier Willi HUXSCHL, geb:11.03.1923 te Lenningen en gesneuveld 24.07.1944 nabij Balk in Friesland.
Bordschutze Unteroffizier Günther BOUDA

Deze bemanning claimt die nacht omstreeks 01.00 uur een Lancaster bij Terschelling.

Na opnieuw lang en intensief speurwerk lukte het de enige overlevende, Günther BOUDA, te achterhalen, die mij het volgende wist te vertellen:

Een Bf 110G-2 nachtjager in het RAF Museum – Hendon (SGLO – @H.M. van Sabben)

Een Bf 110G-2 nachtjager in het RAF Museum – Hendon (SGLO – @H.M. van Sabben)

“In Juli 1944 was ik als Unteroffizier bij de Duitse Luftwaffe gelegerd op Leeuwarden. Ik behoorde tot de 7e Staffel van de III. Gruppe van Nachtjacht- geschwader 1 (7./NJG 1)
Ik woonde indertijd met onze bemanning in een huis aan de Troelstraweg. U moet begrijpen dat ik liever niet meer wil praten over die tijd, mede omdat ik enige jaren terug op een voor mij onheuse wijze ben benaderd door iemand uit Nederland.”

– na een lange uitleg over het hoe en waarom van mijn verzoek ontdooide BOUDA enigszins en was uiteindelijk bereid de gevraagde informatie te verstrekken, mits het bij dit ene contact blijft en zijn naam en adres niet verder verspreid zullen worden, hetgeen ik hem heb toegezegd.

“In de nacht van 5 op 6 juli 1944 had onze bemanning Alarmbereitschaft op de Fliegerhorst Leeuwarden. Dat betekent dat wij startklaar stonden aan de kop van de startbaan, om direct te kunnen vertrekken. Iets voor 01.00 uur (6 juli 1944) werden wij de lucht ingestuurd om een binnen-vliegende Tommie te onderscheppen die op een noord-zuid koers Terschelling naderde. Ik weet niet beter of het was een Lancaster. Die kwamen in de regel laag over de Noordzee vanuit Engeland gevlogen en maakten pas bij het naderen van de Nederlandse kust hoogte.

Nadat wij gestart waren nam onze Funker (telegrafist/radaroperator-HvS)) Willi HUXSCHL contact op het de Funkleitstelle (grondstation) die ons naar de bommenwerper zou voeren.(Zeer waarschijnlijk was dit TIGER op Terschelling- HvS)
We kregen opdracht om naar Plan Quadrat BM8 te gaan, dit is bij Terschelling en de Terschellinger Bank. Na het ontvangen van de nodige koers-instructies omtrent hoogte, afstand en richting, zagen wij op enig moment de vijand op ons af komen. Wij vlogen vanuit Leeuwarden globaal een zuid-noord koers. Het was een perfecte nacht, met ruim voldoende maanlicht. Het zicht was uitstekend. We melden onze waarneming aan het grondstation en met de kreet: PAUKE PAUKE PAUKE viel de Feldwebel Lahmann de Engelse machine aan. Deze vloog niet echt hoog. We vlogen er recht op af en er ruim onderdoor, tijdens het onderdoor vliegen openden we het vuur met de Schräge Musik, onze twee opwaarts vurende snelvuurkanonnen. We troffen vol doel en de Engelse machine vloog direct in brand en stortte in het IJsselmeer. Hierop keerden wij terug naar Leeuwarden.

Ik wil hier nadrukkelijk de opmerking maken dat het toen 1944 was, het vijfde jaar van de oorlog. Die werd steeds harder, ik heb toen vele vrienden verloren. Het was toen: zij of wij. Deze keer waren zij het. In totaal ben ik zelf drie keer neergehaald, elke keer heb ik het overleefd. Het is gelukkig allemaal lang geleden, dat boek is voor mij definitief gesloten. Ik stel geen prijs op welke verdere contacten dan ook. U bent zeer beleefd, en stelt de juiste vragen, daarom wil ik u wel helpen. Kaarten of foto’s heb ik niet, die hebben het einde van de oorlog niet gehaald. Ik ben echt alles kwijt. We leven nu gelukkig in een andere tijd. Ik kijk niet meer achterom, over twee weken word ik 81, en wil nog wat van het leven genieten “.

– wanneer BOUDA een einde aan het gesprek wil maken, vertel ik hem dat het geen viermotorige Lancaster was, maar een tweemotorige Lockheed Hudson, die qua vorm lijkt op de Messerschmitt Bf 110 waarin hij zelf vloog. Dan schiet hem plotseling nog iets te binnen:

“Ik kan nog niet ophangen, want dit verhaal had nog een vervolg en dat ga ik u ook nog vertellen. Weet u al van die geheim agenten?? Er zaten geheim agenten in dat vliegtuig. Terug op Leeuwarden krijgen wij orders te wachten op onze Gruppenkommandeur, we moeten op rapport komen. Bijna de hele staf is daarbij aanwezig inclusief de 1A, onze officier-operaties.
De baas begon te donderen en vroeg wat we wel niet dachten neergeschoten te hebben.
Het ging ons dun door de broek, de vreselijkste gedachten spookten toen door ons hoofd; toch niet één van onze eigen machines??
De zaak werd gesust, het was wel degelijk een Tommie, maar,…..deze had niet neergeschoten mogen worden. Dat bericht had ons echter nooit bereikt. De bedoeling was dat we zouden blijven volgen totdat de agenten afgesprongen waren, die werden verwacht en zouden dan gearresteerd kunnen worden. Pas daarna had er op het vliegtuig geschoten mogen worden.

De Division in Deelen had inmiddels laten weten vol lof te zijn over de snelle en efficiënte wijze van onderscheppen en afschieten van de Engelse machine. Dat liep dus allemaal goed af. Enige tijd daarna werd ons verteld dat er agenten aangespoeld waren op de kust, afkomstig uit dit vliegtuig. Voor zover ik mij nog weet te herinneren waren twee van hen voorzien van Duitse papieren, – kaarten en geld. Tot op de dag van vandaag heb ik altijd geloofd dat wij een Lancaster hadden neergeschoten. Nu begrijp ik dat door het aantal slachtoffers 4 bemanning en 4 agenten, ook de nodige verwarring kan zijn ontstaan.

Het in 1997 geborgen staartgedeelte van de FK790 zoals dat vol in de elementen staat weg te kwijnen bij het Kazematten-museum in Kornwerderzand. (SGLO – @H.M. van Sabben)

Het in 1997 geborgen staartgedeelte van de FK790 zoals dat vol in de elementen staat weg te kwijnen bij het Kazematten-museum in Kornwerderzand. (SGLO – @H.M. van Sabben)

Dit is echt alles wat ik weet. Ik stel geen prijs op verdere contacten, ik hoop dat u dat kunt respecteren. Toch hoop ik ook dat u hier iets aan heeft, want ik heb altijd een goede verstandhouding met de Nederlanders gehad en aan mijn tijd in Leeuwarden bewaard ik vele goede herinneringen.”

Vragen, vragen, nog eens vragen blijven over:

Waarom vloog de zeer ervaren John Menzies ten tijde van de onderschepping zodanig hoog dat Lahmann er onderdoor kon? Mijn onlangs overleden Engelse vriend Ron Morris, inderdaad, één minuut na Menzies gestart en vliegend op dezelfde route, heeft dit altijd onbegrijpelijk en zeer onnatuurlijk gevonden.

“We vlogen altijd laag. We kwamen over de Noordzee op maximaal 50 ft (!) binnen. Dat kon omdat onze radio-altimeter zeer goed was. Menzies was een beter piloot dan ik was. Hij had zeer veel ervaring, en zou zo’n fout nooit maken.
We wisten van de Duitse radar. Door laag te blijven bleef je in leven. Het werd een soort tweede natuur. Ik vloog dit soort operaties vanaf 1943 tot aan de bevrijding en ik heb nooit een schrammetje aan een van mijn kisten opgelopen. Om je een idee te geven hoe laag we werkelijk vlogen kan ik je vertellen dat ik menigmaal omhoog heb moeten kijken wanneer we langs kerktorens vlogen om de klokken te kunnen zien. Er moet bij Menzies aan boord iets gebeurd zijn waardoor hij hoogte heeft moeten winnen. Werd hij hier mogelijk toe gedwongen?”.

4 mei 2007: herdenking bij het Englandspielmonument in Scheveningen. Ron Morris (midden) geflankeerd door de door hem naar Nederland gevlogen BI-agenten Ger van der Weerd, BK, Mof (US), (HARLECH) en Harry Weelinck, BK, (BARNABAS) (SGLO – @H.M. van Sabben)

4 mei 2007: herdenking bij het Englandspielmonument in Scheveningen. Ron Morris (midden) geflankeerd door de door hem naar Nederland gevlogen BI-agenten Ger van der Weerd, BK, Mof (US), (HARLECH) en Harry Weelinck, BK, (BARNABAS) (SGLO – @H.M. van Sabben)

Waarom is Johannes Walter (BOWLS) de enige met een schotwond en nog wel in het hoofd?
Is er een gevecht aan boord geweest?
– Waarom begint de SD uitgerekend met zijn zendkristallen een radiospel met Engeland, dat bekend werd als het SASKIA-spel? Deze zendkristallen zaten in een conservenblik in de uitrusting en werden na de crash uit de wrakdelen gehaald, c.q. zijn toen in Duits bezit gekomen.
– Hebben de Duitsers het vliegtuig mogelijk opgewacht en is Johannes Walter kort na de crash in het wrak doodgeschoten?
Deze laatste optie lijkt onwaarschijnlijk gezien de opmerking van Bouda dat de agenten eerst hadden moeten springen. Hun DZ was in tegenstelling tot hardnekkige Friese geruchten niet bij Exmorra maar bij Voorthuizen. Twee van de agenten aan boord waren voorbestemd om in Duitsland te gaan werken. In hun operatie-instructies staat expliciet vermeld dat zij voor Bomber Command bepaalde doelen moesten markeren met behulp van een EUREKA-baken.

4 mei 2007: Ron Morris in geanimeerd gesprek met voormalig BI-agent mr. P.L. Baron d’Aulnis de Bourouill (RMWO) (SGLO – @H.M. van Sabben)

4 mei 2007: Ron Morris in geanimeerd gesprek met voormalig BI-agent mr. P.L. Baron d’Aulnis de Bourouill (RMWO) (SGLO – @H.M. van Sabben)

Dit boek is nog steeds niet gesloten…

(Disclaimer: Dit betreft een oud artikel uit Bulletin, het kan zijn dat de informatie in dit artikel inmiddels achterhaald is of onjuist is gebleken.)


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.