Zomaar een monument

Door: Huub van Sabben – Deventer

Gedurende de Tweede Wereldoorlog verloor de Vliegclub Teuge een vijftal van haar vooroorlogse leden. Drie van hen, Govert Steen (ontsnapte op 6 mei 1941 spectaculaire wijze met de Fokker T-VIIIW R-25 naar Engeland) , Rijklof van Goens en Stephan Hendriks Jansen, dienden in de R.A.F. en verloren allen hun leven. Roelof Snellen werd inzake spionage met bouwtekeningen van de Me 321 Gigant gearresteerd en overleed in gevangenschap. Jan Thijssen werd één van de voormannen in de illegaliteit (R.V.V.), werd door verraad gearresteerd en was de enige van de 117 op de Woeste Hoeve, als vergelding voor de zogenaamde “Aanslag op Rauter”, geëxecuteerden, die nog voor het vuurpeloton een ontsnappingspoging heeft gewaagd.

De namen van de omgekomen leden van de Vliegclub Teuge (Foto: Huub van Sabben)

De namen van de omgekomen leden van de Vliegclub Teuge (Foto: Huub van Sabben)

“Op zaterdag 5 juni 1948 zal het door de firma Bokhorst te Deventer vervaardigde raam ter herdenking van onze in de oorlog gevallen leden in het Clubhuis op Teuge worden onthuld. De onthulling zal geschieden des middags om drie uur door onze Voorzitter de Heer A.L.Bauling. De naaste familieleden van de gevallenen zullen voor deze plechtigheid worden uitgenodigd. Het gedeelte van het Clubhuis bij het gedenkraam zal voor hen gereserveerd worden. Leden en Donateurs worden verzocht bij de onthulling aanwezig te zijn.

Rijklof van Goens
Een naam die klank had, niet alleen op Teuge, maar bij geheel sportvliegend Nederland…. Een naam waarvan de echo thans nog over de velden der sportvliegerij klinkt…Hij was ‘t eerste lid dat wij in Apeldoorn mochten boeken. Hoe dikwijls hebben wij hem niet samen met (Govert) Steen op ‘t veld zien verschijnen. Aanvankelijk keek men wat vreemd tegen hem aan, typisch in zijn uitlatingen en zijn manier van doen. Maar het duurde niet lang, of ieder was overtuigd, dat hij beschikte over vliegeigenschappen zoals men maar zelden vindt. De Anfänger had weldra geen geheimen meer voor hem en het A-brevet sloeg hij, als zijnde beneden zijn capaciteiten, over. Hij was de eerste B-vlieger op de Teugse vliegmat. Maar de zweefvliegerij, hoe groot zijn aandeel later ook mocht wezen in de opleiding bij het Instituut voor Zweefvliegen en naderhand bij de Afdeeling Zweefvliegen van de N.L.S., beschouwde hij toch eigenlijk maar als een aardig tijdverdrijf. Het motorvliegen had zijn grote liefde.

Toen hij van zijn moeder een sporttoestel gekregen had, kon hij pas goed zijn liefde uitleven. Wat hebben wij vaak genoten van zijn evoluties boven Teuge. Wat hebben wij vaak met open mond staan kijken naar zijn stunten. Hoewel zijn aantal vrilleslagen nooit officieel is opgenomen ben ik overtuigd, dat dit groter was dan ooit iemand in ons land heeft vertoond. Het kon bijna niet anders, of hij zou zijn roeping in de vliegerij vinden, hoewel hij eigenlijk bestemd was voor de magistratuur. Van Goens was een man van principes, alles moest volgens een vooropgesteld plan verlopen. Principieel ook in alles wat zijn toestel en auto betrof. Men zag hem b.v. nooit wegrijden zonder dat zijn motor eerst warm gedraaid was en alle metertjes op de vereiste stand stonden. Bij de vliegerij kwamen dezelfde principes tot hun recht. Zijn grote zorg voor het materiaal en zijn vliegeigenschappen stempelden hem, zoals hierboven al gezegd, tot een der beste stuntvliegers van Nederland. Nooit werd door hem het fatale “beetje te veel risico” genomen. Deze man, wiens hart geheel aan de vliegerij hing, zou niet lang alleen aan Teuge behoren.

Spoedig ging hij als sleeppiloot over naar het Nederlands Instituut voor Zweefvliegen. Ypenburg werd zijn basis. Iedere morgen zag men hem op zijn fiets naar het vliegveld peddelen, hoewel hij in het bezit was van een race B.M.W. Hij had zich in het hoofd gesteld er van het, zeer geringe, salaris te komen en dit voornemen verdroeg zich niet met het gebruiken voor “dienstdoeleinden” van een auto. Wat heeft men niet dikwijls zacht en ook wel hard gelachen om zijn principes. Maar het deerde hem niet en hij bleef doen wat hem goed dacht. Hetgeen tenslotte toch “de man” kenmerkt.
Mei 1940 bracht aan dat alles een einde en precies als Steen zon hij op mogelijkheden om weg te komen. Govert Steen zagen wij dikwijls om de hangar drentelen waarin ‘t toestel van de voorzitter stond; bij Rijklof van Goens bespeurden wij niets daarvan. Wie had gedacht, dat wij op den avond van de viering van het 12½ jarig huwelijk van onze voorzitter hem voor het laatst ontmoetten ?
Via Zwitserland en Portugal bereikte hij Engeland, waar hij zich meldde als oorlogsvlieger en meestreed voor de bevrijding van ons Vaderland. Helaas, zoals zo velen bracht hij het hoogste offer dat van een mens voor zijn land gevraagd kan worden. Op 17 augustus 1944 keerde hij als officier vlieger in dienst van de R.A.F. niet van een vlucht boven vijandelijk gebied terug…

Het gebrandschilderde raam zoals dat nog in de ruimte van de Vliegclub Teuge aanwezig is. (Foto: Huub van Sabben)

Het gebrandschilderde raam zoals dat nog in de ruimte van de Vliegclub Teuge aanwezig is. (Foto: Huub van Sabben)

Zaterdag 5 juni is een bijzondere dag geworden in de geschiedenis van onze vereniging. Toen toch werd het gebrandschilderde raam in ons Clubhuis ter herdenking van onze in de oorlog gevallen leden onthuld. Wij hadden het voorrecht familieleden van de vijf leden die het leven lieten, in ons midden te hebben, terwijl ook veel leden en enige donateurs aanwezig waren.

Onze voorzitter, de heer Bauling, heeft in een korte toespraak er aan herinnerd dat bij alle leden de wens bestond de herinnering aan onze gevallen vrienden levendig te houden door het stichten van een gedenkteken. Een gedenkteken dat waardig moest zijn en tegelijk aan het doel moest beantwoorden: de herinnering aan onze vrienden als het ware steeds weer in ons midden te plaatsen.

Mevrouw van Goens verrichtte hierna de onthulling, door het gordijn, dat het raam aan het oog onttrok, te verwijderen. Namens de club werd het raam geflankeerd door twee vazen witte anjers, terwijl door familieleden van de gevallenen bloemen aan de voet van het raam werden gelegd. Mevrouw van Goens dankte, evenals Mevrouw Thijssen, voor het stichten van dit raam, door vrienden met wie hun zoon graag omgingen en op het veld waar deze zo graag vertoefden. Een bijzonder moment was het , toen Mevrouw van Goens aan de vereniging, ter plaatsing in het Clubhuis, een plaat in lijst aanbood, voorstellende de laatste instructie aan de R.A.F. vliegers voor een aanval, welke plaat aan wijlen haar zoon heeft toebehoord. Een schenking, die ongetwijfeld door allen en in het bijzonder door hen, die Rijklof van Goens hebben gekend, op zeer hoge prijs wordt gesteld; op hoger prijs, dan we hier in woorden kunnen weergeven. De heer Bokhorst, de ontwerper en vervaardiger van het fraaie raam, heeft in het kort de symboliek van de figuren uiteengezet. Aan deze bekwame glazenier, die met het raam een kunstwerk schiep, onze gevallen vrienden waardig, willen wij hier graag een woord van dank brengen.”

Ontleend aan: Het Rolroer – Clubblad van de Vliegclub Teuge (mei & juni 1948)

Zie ook:
Bulletin 294 uit maart 2008 Opleiding tot militair vlieger mei 1940
Bulletin 294 uit maart 2008 One of our aircraft is missing

 

(Disclaimer: Dit betreft een oud artikel uit Bulletin, het kan zijn dat de informatie in dit artikel inmiddels achterhaald is of onjuist is gebleken.)


0 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.