Bulletin 041 Vliegveld Volkel deel 7
Door de “groep Volkel”, coördinator H. Talen

Veel actie
Evenals de eerste, kreeg ook de vierde serial met problemen te kampen. Hier moest een Squadron-leader, wiens C-47 was getroffen, de Waco ontkoppelen bij Veghel. Dit voorbeeld werd door 18 gliders gevolgd; zij kwamen neer binnen 11 km van Veghel. Van hen landden er 6 in Duits gebied, de inzittenden werden gevangen genomen. Van deze 4e serial kwam een glider neer op de Boerdonkse Hei, tussen de Boerdonkse dijk en de Zuid-Willemsvaart, in het weiland van de heer H. Bekkers.

Totaal kwamen die dag 50 gliders te vroeg aan de grond op Brabantse bodem en 9 sleepvliegtuigen werden omlaag geschoten. Bijna 100 sleepvliegtuigen werden beschadigd. Aan boord vielen 13 doden en ongeveer 20 gewonden. Serials die hierna kwamen, werden over de radio gewaarschuwd een andere route te nemen. Zij verloren dan ook maar 1 transportvliegtuig en 2 gliders.

348 Gliders wisten LZ-O wel te bereiken tussen 16.00u en 17.15 uur. Ondanks deze niet vlekkeloos verlopen landingen was tegen middernacht in de bossen tussen Mook en Groesbeek al ongeveer 90% van het 325ste Glider Inf. Regiment verzameld!

De Ondergrondse betrok te Uden de wacht bij de verlaten Waco’s. Later werden ze stukje bij beetje door de bevolking gesloopt. Nog heden ten dage kan men vleugelsteunen terug vinden die dienst doen als noklat in een schuur en Waco-raampjes in een kippenhok. Van een gedeelte van de genoodlandde C-47 te Kooldert werd een Caravan gemaakt. De vleugelvoorranden van dit vliegtuig dienden in 1977 nog als dakgoot voor een boerenschuur en de bodemplaten werden gebruikt in een kannenrek. Dat was alles wat er overbleef van de niet geplande luchtlandingen te Uden.

Volkel in gebruik
Door de afsnijding van de Corridor was het de Commandant van 12-AGRE op 22 en 23 september niet mogelijk geweest het vliegveld Volkel te bereiken. Pas op 24 september werd het contact met het vliegveld hersteld en kon 16 A.C. Group met het werk aanvangen. Wel moest men daarbij zelf voor de bewaking en verdediging zorgen. Op 25 september kwam daarbij ook nog de bewaking en beveiliging van het gebied Uden. Het herstel van het vliegveld vorderde achter goed en op 26 september hadden ze al een grasstrip operationeel en op 28 september een baan van baksteen (evenwijdig met en aan de zuidkant van de NO.ZW starbaan (24-06). Volkel werd – net als Eindhoven – gereed gemaakt voor 2 à 3 Wings. Voor het weer aanleggen van start en rolbanen werd gebruik gemaakt van baksteen. De 16 A.C. Group egaliseerde het veld en herstelde de drainage en wegen met de hulp van een 1.000 burgers. Eind 1944 was het practisch geheel vernieuwd en het is daarna voortdurend in gebruik geweest, zowel bij vorst als dooi. Het eerste Geallieerde toestel landde op 27 september.

Op 30 september kwam het eerste Squadron van Nummer 121 Wing met Typhoons op Volkel. De rest van deze Wing volgde op 1 oktober. Die dag landden eveneens 3 Squadrons van de No. 122 (Tempest) Wing (3, 56 en 486 Squadron). Op 14 oktober volgde No. 126 Wing met Spitfires. In deze begintijd beschoten de Duitsers nog regelmatig het veld met korte salvo’s.

Totdat het afwaterings-systeem weer functioneerde, was het nog erg behelpen. Als er veel regen viel, vormden zich complete meren op de rolbanen en ook de tenten van het flight-line personeel moesten meer dan eens verplaatst worden.

Slachtoffers
De hoofdtaak van de Tempest Wing was het houden van verdedigende patrouilles boven de veroverde bruggen en om de vliegvelden te verdedigen tegen de hit-en-run aanvallen van de Duitse straaljagers. Op Volkel stonden toen de volgende Squadrons:

121 Wing: 174, 175, 184 en 245 Squadron
122 Wing: 3, 56, 274 en 486 Squadron
126 Wing: 401, 411, 412 en 442 Squadron

Squadron No. 80 en 274 lagen eerst te Grave (Keent), maar werden na een Duits bombardement terug getrokken op Volkel. De Engelse/Amerikaanse opmars in Duitsland vroeg om meer luchtsteun en in grote haast werden links en rechts nieuwe vliegvelden uit de grond gestamp. In tegenstelling met de uitgebreide Duitse vliegvelden met stenen gebouwen en hangars, stelden de Geallieerden zich tevreden met een PSP-baan en tenten of nissen hutten. Hangars werden meestal niet gebouwd. Geallieerde vliegvelden en vliegstrips in de omgeving van Volkel, waaraan gewerkt werd of die al klaar waren, zijn dan:

B-77 Gilze-Rijen
B-78 Eindhoven
B-82 Grave (Keent)
B-84 Rips
B-85 Schijndel
B-86 Helmond
B-88 Heesch
B-89 Mill
B-91 Nijmegen (Kluis)

Op 4 oktober 1944 om ongeveer 13.00 uur gooide de Luftwaffe twee bommen bij Odiliapeel, hoewel bestemd voor de basis Volkel, veroorzaakten ze alleen glasschade. De volgende dag, om ongeveer 4 uur ’s morgens, vielen er twee bommen te Molenheide (Uden). Een jongen van 8 jaar werd in zijn slaap gedood. Op 7 oktober 1944 – in de namiddag – viel er een clusterbom in een bietenveld bij Odiliapeel en doodde een 19-jarig meisje. Op de 12e van die maand viel er weer een bom bij het vliegveld. Hierbij kwamen twee personen om het leven. Op 2, 4 en 5 november vielen er ook nog bommen rond het vliegveld, echter zonder slachtoffers te maken.

Straalvliegtuig
De vliegers te Volkel waren ingekwartierd in een school te Uden. Tussen ‘sweeps’ naar Duitsland door, zaten ze soms uren achtereen stand-by in de cockpit aan de baankop. Dat was de enige manier om de Me 262 straalvliegtuigen te kunnen onderscheppen. De propellerjagers moesten, om een kans te maken, op deze machines kunnen starten als er in de omgeving Me 262’s worden gemeld.

Wg/Cdr Beamont D.S.O., D.F.C, Commandant van de No. 122 Tempest wing werd op 12 oktober 1944, terwijl hij een trein beschoot, door FLAK geraakt. Hij maakte een crashlanding en werd gevangen genomen. Hij had 8 overwinningen op zijn naam en 32 V-1’s. Na de oorlog werd hij een bekend testvlieger en vloog o.a. Canberra’s en Lightnings. Hij werd opgevolgd door Wg/Cdr, J.B. Wray, D.F.C. De dag daarop schoot Plt/Off R.W. Cole van No. 3 Squadron als eerste vlieger van 122 Wing een Me 262 neer boven Grave of Volkel. (SGLO T4536)

Op 25 december 1944 – Kerstmis – kwam een Duits straalvliegtuig neer in de Gemeente Erp bij Melvert (SGLO T4857). De vlieger, Lt. Hans George Lamle, kwam hierbij om het leven. In de eerste week van maart 1945 schoten (volgens Clostermann) de Bofors-posten SE-4 en 5 een overvliegende Me 262 uit de lucht met een gelukstreffer. Clostermann zelf was net gestart met nog een andere Tempest. De Me 262 ging op 100 meter achter hen langs.

Op 21 november 1944 werd Sqd/Ldr J.R. Heap, D.F.C., Commandant van No. 274 Squadron gedood tijdens een ongeval dat plaats vond terwijl hij startte van de oude Duitse baan. (SGLO T4705) Hij werd begraven op de begraafplaats van Odiliapeel. Zijn plaats werd ingenomen door Sqn/Ldr A.H. Baird, D.F.C.

Vliegers van Volkel, die boven Nederland werden afgeschoten waren o.a. Flt/Lt. Stamford (SGLO niet in verliesregister), Seaton (SGLO niet in verliesregister), Williams en Plt/Off James Scott Ferguson.

Williams van No. 486 Squadron werd, toen hij vermoedelijk het vliegveld Twente wilde “strafen”, in zijn duikvlucht door de spoorwegflak van Oldenzaal geraakt. De Duitsers lieten de omgekomen vlieger liggen, enkele burgers vervoerden het lichaam daarna naar Losser en begroeven het daar. (SGLO T4826)

Ferguson van No. 56 Squadron kwam met zijn Tempest (EJ741) op 20 januari 1945 bij Delden neer. Ook hij kwam om het leven en werd in genoemd dorp begraven. (SGLO T5137) Een Hawker Tempest Mk V van No. 274 Squadron stortte neer op 25 februari 1945 te 11.00 uur bij Werkhoven (Utrecht). De Franse vlieger Deleuze, kwam hierbij om het leven; later werd hij in Frankrijk herbegraven. (SGLO T5318)

De aanval die niet plaats vond…
Op 1 januari 1945, tijdens de operatie “Bodenplatte” was het doel Volkel toegewezen aan JG. 6. Dit geschwader startte met drie Gruppen vanaf 4 vliegvelden in Duitsland. Twee Gruppen met Fw 190A-8’s en één met Bf 109G-10/G-14 jagers, totaal ongeveer 70 vliegtuigen. Gruppe III zou boven Volkel de luchtdekking verzorgen, terwijl Gruppe I de eerste aanval zou doen.

Gruppe II zou daarna vanuit het Zuiden komend het veld beschieten en tot slot moest de luchtdekkingsgroep zijn Bf 109’s naar beneden roepen om hetzelfde te doen. Wat men echter niet scheen te weten was, dat de Spitfires van No. 126 Wing op 2 en 4 december allemaal naar Heesch waren overgevlogen. Op Volkel stonden op dat moment nog 5 Tempest Squadrons en 2 Squadrons Typhoons. De Ju 88, die voor JG 6 uitvloog als pathfinder, navigeerde slordig en vloog zijn draaipunt bij Spakenburg voorbij. Men had toen al twee vliegtuigen verloren en wel Obltn. Pfleiderer van de 3e Staffel bij de start en Obfw. Jung van de 2e Staffel bij het IJsselmeer (SGLO T4976). Ondanks de navigatiefout van de nachtjager passeerden ze om 09.14 uur, precies op koers, het vliegveld Heesch B-88 en zagen daar de Spitfires van No. 126 Wing, die volgens hun informatie op Volkel moeten staan. Volgens de RAF draaiden even daarna meer dan 40 Bf 109’s en Fw 190’s af om Heesch aan te vallen.

Een ooggetuige te Beug, NW van Veghel, zag op dat tijdstip een formatie Luftwaffe-jagers, naast elkaar, in 2 à 3 golven over dit dorp vliegen, in Z.W. richting. Hij schatte hun aantal minstens tussen de 50 en 60 toestellen. Eén van deze vliegtuigen, vloog toen tegen een boom. Er was op dat moment geen Engelse jager te zien. De Duitse vlieger kwam om het leven. (Bf 109G-10, W.nr. 490719, Zwarte 12, Uffz. Karl Betz, 10./JG 6). (SGLO T5044)

Na het passeren van Heesch maakte het JG 6 dus een rechterbocht, mogelijk om de Spitfires van No. 401 Squadron te ontlopen. De onrust in de Duitse formatie, veroorzaakt door de aanwezigheid van de Spitfires, kan de oorzaak zijn geweest van de crash van Uffz. Betz. Ook is het mogelijk dat militairen die met handvuurwapens op de formatie schoten, de vlieger met een gelukstreffer raakten.

Inmiddels vloog de formatie, zoals we zagen, een volstrekt verkeerde koers, richting Eindhoven. Kort na Beug moet III/JG 6 met hun Bf 109’s de formatie hebben verlaten om de aanstormende Spitfires van Heesch bij de Fw 190’s weg te houden, zoals ook hun taak boven Volkel zou zijn geweest. We mogen aannemen dat de gehele III Gruppe Major Kühle daarbij volgde en veel Fw 190’s van de achter hen vliegende I Gruppe deden mogelijk hetzelfde.

Een inwoner van het dorp Heesch verklaarde later tijdens het daarop volgende luchtgevecht alleen Bf 109’s te hebben gezien boven Heesch. Hij telde er ongeveer 12 stuks. Het kringgevecht dat op lage hoogte werd uitgevoerd omschreef hij als een warboel. Een “clipped wing” Spitfire zag hij achter een Bf 109 aanjagen, die met een tweede Bf 109 in de buurt in oostelijke richting vloog, richting Schayk. Kort daarop was daar een rookwolk te zien. Mogelijk was hij getuige van het neerstortten van Ofhr. Krumm van 12./JG 6, wiens Bf 109G-14 (Groene 8, W.nr. 784946) tussen Nistelrode en Berghem neerkwam. De vlieger kwam daarbij om het leven. (SGLO T5047)

De Engelse vliegers wisten de Duitse aanval goed op te vangen. Squadron No. 401 stond die morgen al warm gedraaid op de baankop en de Spits startten dan ook onmiddellijk. No. 412 Squadron startte pas om 09.30 uur. Mogelijk kreeg No. 401 Squadron dus al een startbevel toen de Duitse formatie nog maar langs het veld vloog. Twee secties van No. 402 Squadron waren al op een vroege patrouille en ook No. 422 Squadron was al opgestegen voor een aanvalsvlucht.

(Disclaimer: Dit betreft een oud artikel uit Bulletin, het kan zijn dat de informatie in dit artikel inmiddels achterhaald is of onjuist is gebleken.)