Bulletin 036 Vliegveld Volkel deel 3
Door de “groep Volkel”, coördinator H. Talen

Lanceerbanen..
Eerst moesten daarvoor alle metalen delen, zoals oude hoefijzer, uit de grond gehaald worden, en de boeren moesten tot ver in de omtrek de afrastering weghalen. Dit alles om de besturings-automaat van de V-1 niet te beïnvloeden. Een plaatselijke aannemer moest daarna een stegen gebouw metselen waarin een ring op de bodem waterpas werd aangebracht. In de dakconstructie was een takelpunt aangebracht, naast het gebouw was een ruimte voor een generator. De gebouwtjes waren 14 meter lang en 4 meter hoog. Op drie plaatsen zouden ze gebouwd moeten worden. Alleen aluminium spijkers mochten erin verwerkt worden. De lanceerbaan zelf werd niet door de Nederlanders aangelegd. Deze bestond uit een metalen baan die op enkele betonnen steunen gemonteerd moest worden. Deze stalen rails werden gemaakt in een door de Duitsers in beslag genomen gebouw van de Hollandse Constructie Werkplaatsen te Leiden. Tegen de tijd dat de installatie door de Duitsers gecontroleerd zou worden, dook de aannemer onder omdat er tijdens de bouw toch flink wat stalen spijkers waren gebruikt. De V-1 banen kwamen echter nooit in gebruik omdat ze kapot gebombardeerd werden tijdens de aanval van 15 augustus 1944.

De V-1 werd ook nog op een andere manier verbonden met de naam van Volkel. Op 12 juni 1944 werd Volkel aangewezen als een uitwijkhaven voor het op Venlo, Gilze-Rijen en Deelen terugtrekkende III/KG 3. Gruppe III van KG 3 met zijn He 111’s werd operationeel in de V-1 lanceerrol eind juli 1944. Begin september dat jaar werd III/KG 3, na een korte lanceerperiode herbenoemd als I/KG 53 en naar N.W. Duitsland geplaatst. Daar werden de operaties voortgezet vanaf de vliegvelden Aalhorn, Varrelbusch, Zwischenahn en Handorf. Tegen november waren ook de twee andere nieuw opgerichte Gruppen van KG 53 na een trainingsperiode weer operationeel. Vanaf Venlo vliegend werden door dit Geschwader 865 V-1’s gelanceerd vanaf het begin van deze operatie Rumpelkammer tot aan 13 december. Van september 1944 tot januari 1945 schoot KG 53 1.200 V-1’s af op Engeland. Dit gebeurde ’s nachts, omdat anders de langzame He 111’s geen enkele overlevingskans hadden. Ze werden bestreden door Mosquito’s die van III/KG 3 en KG 53 zeker 16 toestellen neerhaalden. Totaal verspeelde de Luftwaffe 77 He 111’s met dit soort vluchten; het merendeel hiervan ging verloren door ongelukken tengevolge van zeer laag vliegen boven water. Op 14 januari 1945 stopte KG 53 deze vluchten bij gebrek aan brandstof en vliegvelden. Of in de beginperiode He 111’s van III/KG 3 inderdaad gebruik hebben gemaakt van Volkel als uitwijkhaven is ons niet bekend.(Zie ook Bulletin 017 V-1 Lanceer Operaties met Heinkel He 111 vliegtuigen)

De Ju’s…
In februari 1944 verbleef III/JG 2 Richthofen op Volkel. Op 18 februari 1944 beschikten ze over 25 jagers. Op 26 februari 1944 scheen er geen Geschwader meer op de basis gelegerd te zijn. Begin juni van dat jaar kwamen de nachtjagers van III/NJG 2 naar Volkel. Daarvoor waren ze gelegerd geweest op Langendiebach, vanwaar ze boven Frankfurt, het Ruhrgebied en Zuid-Duitsland ingezet waren. Men beschikte over de Ju 88C-6C; de Ju 88R-2 en de nieuwe Ju 88G-1 met hoge staart, allen uitgerust met de Lichtenstein SN-2 (FuG 220) boordradar. Voor haast elke Ju 88 was er op Volkel een boerderij-vormige hangar beschikbaar. Het vliegende personeel werd ondergebracht in het Retraite Huis te Uden en het technische personeel was in het Missie Huis gelegerd. Beide kloosters lagen aan de Udense weg. Voor de officieren werden na enige tijd enkele villa’s te Uden gevorderd. Tijdens de invasie-periode moest de Gruppe de verdediging van het Ruhrgebied op zich nemen en werd nog maar af en toe aan het invasie front ingezet. De I Gruppe daarentegen vertrok op 6 juni 1944 van Eindhoven naar Chateaudun en bevloog vandaar het invasiegebied.

Tactieken…
Hoewel op dat moment de boordradar niet meer werd gestoord, werd door de III Gruppe toch maar beperkt in het Himmelbett-systeem gevlogen. Dit systeem was gedeeltelijk opgeheven omdat de ene nachtjager die per radarstation geleid kon worden, niet opgewassen was tegen de compacte bommenwerperstroom die op één punt de nachtjagergordel doorbrak. Ook de storing van de FuG 212 boordradar en de Würzburg Riese radar had er toe bijgedragen dat er nieuwe technieken waren ontwikkeld voor de nachtjagers. Het grootste gedeelte van de Gruppe op Volkel werd ingezet in de Verfolgungsnachtjagd.

De bommenwerperstroom werd hiervoor vaak door een hoog vliegend Beleuchter Staffel met lichtfakkels gemarkeerd, zodat een Schwarm van 4 Ju 88’s zich gemakkelijk een doel konden uitzoeken. Bij deze tactiek, die als Zahme Sau bekend stond, werd meestal een van de toestellen geleid met Y Führung. Y-stellingen stonden bij Deelen (Teerose), bij Leeuwarden (Löwenzahn), bij Bergen (Schneeglöckchen), bij IJmuiden (Brennessel) en te Halverde, N.O. van Rheine (Vogelbeers). Deze geleiding via de ultra korte golf was echter verre van ideaal, zij was maar nauwkeurig tot op 150 km afstand en de vlieger moest zelf maar uitzoeken op welke hoogte de 4-motorige bommenwerpers vlogen. Een andere tactiek die werd toegepast was de Wilde Sau. Dit werd meestal gevlogen met éénmotorige dagjagers, die zonder blindvlieginstrumenten de bommenwerpers boven het doel aanvielen bij het licht van de doelmarkeerders, zoeklichten en branden beneden.

Zomer 1944…
De zomer van 1944 was de meest succesvolle periode voor de Duitse nachtjagers. In juni word het Luftbeobachter Staffel 3, dat voordien o.a. te Venlo was gestationeerd, bij III/NJG 2 gevoegd als deel van/of als 9/NJG 2. Op 2 juli 1944 lag een gedeelte van dit Luftb.St. 3 echter al weer op Deelen, het ander gedeelte verbleef toen nog op Volkel. Het bleef daar tot minstens 31 augustus, de andere eenheden van NJG 2 waren toen al lang vertrokken.

De 3e Jagddivision, waarvan het hoofdkwartier op Deelen was gevestigd en waaronder de nachtjagers op Volkel ressorteerden, had op 30 juni 1944 8 Ju 88’s op Volkel staan, waarvan 5 vlieggereed. In de nacht van 17 op 18 juni landde de brandende Ju 88 van Brinkman op Volkel te 02.23 uur. Zij waren boven Antwerpen door een Engelse lange afstandsjager onder vuur genomen. De nacht ervoor schoot hij een vliegtuig neer bij Duisburg. Hij maakte totaal 9 vluchten vanaf Volkel, waarvan hij op 10 augustus 1944 voor het laatst opsteeg. Op 6 juni 1944 stortte om 00.54 uur een Ju 88 (Bf 110, SGLO T3762) van 8./NJG 2 neer op het Oosterstrand van Schiermonnikoog. De crew kwam hierbij mogelijk geheel om het leven (Uffz. Stürmer, Gefr. Moraht). Het is mogelijk dat op die datum III/NJG 2 nog niet op Volkel was aangekomen (pas op 8 juni 1944?). Van hetzelfde Staffel kwam op 18 juni 1944 de Ju 88G-1 4R+NS, (SGLO T3819) neer bij Volkel. Lt. Machleidt en Gefr. Rinnerthaler kwamen daarbij om het leven, Uffz. Marth werd gewond. Eveneens van het 8e Staffel kwam op 25 juli 1944 Uffz. Wieden om het leven, toen op die datum zijn Ju 88R-2, 4R+CR, Werknr 751086, (SGLO T3905) neerstortte op 2 km afstand van Veghel aan de weg van Veghel naar Erp.

Mosquito’s…
Het is mogelijk dat de laatste twee het slachtoffer werden van de Mosquito’s die welhaast elke nacht rond het vliegveld hingen! Zij loerden op startende en landende Ju 88’s en als men in het landingscircuit te lang rechtuit vloog kon men ervan op aan binnen enkele minuten een Mosquito achter zich te hebben. De baanverlichting werd alleen gebruikt tijdens het laatste gedeelte van de landing. Uitrollen gebeurde ook weer in het donker. Voor de start beschikte men alleen over een witte lamp bij het begin en over een rode lamp bij het eind van de baan. Beide lampen waren naar boven toe afgeschermd, zodat de basis van bovenaf gezien geheel in het donker gehuld was.

Sectoren…
Het Himmelbett radar station dat het gebied bestreek rond het vliegveld, was gelegen bij Bakel. Dit station dat vrij laat in bedrijf kwam, droeg de naam Bazi. Andere stations in Zuid-Nederland stonden o.a. bij Strijbeek/Breda (Bisam), Weert (Truthahn), Meerssen (Küken), Ossendrecht (Wespe), Schoonrewoerd en Velp. De zones hadden een straal van 40 km en overlapten elkaar. De radar van Bakel reikte ongeveer tot Nijmegen, Den Bosch, Roermond, Venlo en Kleve. Voordat de radar peilstations in dit gebied gereed waren, viel de streek rond Volkel onder Raum 5A, B en C van de 1e Jagddivision. Deze gebieden werden toen bevlogen door de nachtjagers van Venlo (I/NJG 1). Deze eenheid bevloog ook de sectoren van de radarstations Zander, Biber, Hamster, Wespe en Gorilla.

Op 8 augustus 1941 schoot Lt. Loos van de basis Venlo bij Overasselt een Stirling neer (SGLO T1167). De Piloot (Needham) werd met zijn crew te Uden begraven. In 1944 toen het Himmelbett nog maar beperkt werd toegepast, werden tal van stations opgeheven. De gordel van kuststations (Hamster, Biber, Zander, Salzhering, Tiger en Schlei) bleef echter in gebruik en in Zuid-Nederland ook Gorilla, Bisam en Bazi. De laatste behoorde wat de verbindingen betreft onder Heidsschnucke, evenals Gemse, Rattler en Schnake.

Vliegstrips…
Voor de Ju 88’s werden rondom Volkel op een viertal plaatsen uitwijk vliegstrips aangelegd. De 7e Staffel vloog haar licht blauwe machines vaak naar een groot grasveld op de uiterwaarden bij Kessel (De Lithseham). Hier was een grasbaan van één kilometer lengte vrij gemaakt. Aan de voet van de dijk konderen 6 á 7 Ju 88 nachtjagers worden neergezet onder gespannen camouflage netten. Over de staart, die niet onder het net stond, werd dan een groene stroomat geplaatst. Dit veld was ongeveer anderhalve maand in gebruik.

Vroeg in de morgen, als er een aanval op Volkel werd verwacht, kwamen dan 2 tot 7 vliegtuigen laag over de huizen aanvliegen en landen in N.O. richting. ‘s Avonds tegen het invallen van de duisternis, stegen ze weer op om naar Volkel terug te keren om vandaar uit hun aanvalsvluchten uit te voeren. De baan op deze noodstrip lag in ZW-NO richting. Aan de andere kant van de Maas werd een tweede baan aangelegd, loodrecht op de eerste. Eind juli, begin augustus begon men daar mee te Moordhuizen. Andere noodstrips voor 8 en 9/NJG 2 werden aangelegd op de volgende plaatsen:

-Tussen Boxmeer en Sambeek
-West van Grave in een afgesneden rivierbocht (Keent)
-De Rips, Z.O. van Uden

Op 9 augustus vertrokken de Duitsers echter al weer van Kessel. De velden Keent en De Rips worden na de bevrijding korte tijd door de Geallieerden in gebruik genomen. Maar doordat de afwatering veel te wensen overliet, werden ze door hen ook al weer spoedig verlaten.

RAF-aanvallen…
Van III/NJG 2 werden de Ju 88’s ook ingezet tegen Stirlings boven de Noordzee. Deze Stirlings vlogen daar heen en weer met ingebouwde stoorzenders van een nieuw type. Eén zo’n Stirling werd door III/NJG 2 afgeschoten. Na zo’n anti-Stirling vlucht landde Ogfr. Mäckle van de 7e Staffel op 13 juni 1944 zijn Ju 88G-1 in Engeland op het vliegveld Woodbridge, denkend dat het een Nederlands veld was. Het was toen voor de Engelsen niet moeilijk om uit te vinden op welke golflengte de SN-2 boordradar werkte en om daar de Window op aan te passen. Ook de Flensburg-radar ontvanger die afgestemd werd op de frequentie van de RAF-bommenwerpers Monica staart waarschuwings-set, had nadien zijn praktische waarde verloren. Sinds die tijd zagen de boord-operators alleen nog maar sneeuw op hun scherm en was het SN-2 tijdperk dus ook voorbij.

Het vliegtuig van Ogfr. Mäckle, ook wel aangeduid als Ltn. Maeckle, de 4R-UR (Werknr 712273) kreeg in Engeland de registratie TP190. Het werd later weer in Duitse kleuren gespoten en voorzien van de registratie 3K-MH. Zo vloog het toestel voor filmopnamen van een radartrainings film.

Op 15 augustus 1944..
Op die dag ondernam de RAF, bij daglicht, een grote aanval op Volkel. Eerst verschenen de vliegtuigen die het doel markeerden, daarna volgden de Lancasters met hun bommen. Daartussen door werd het doel steeds weer opnieuw gemarkeerd. Een enorme stofwolk werd opgeworpen en bleef boven het veld hangen. Na de aanval was het veld veranderd in een maandlandschap. Ettelijke gebouwen en hangers waren met de grond gelijk gemaakt en de rol- en startbanen waren onbruikbaar geworden. Twee leden van het grondpersoneel kwamen om het leven. De opstellingsplaats van de 7e Staffel was het zwaarst getroffen. De hangar waarin de Ju 88 van de Staffel T.O. zich bevond was ingestort en brandde uit. Minstens twee vliegtuigen werden op de grond vernield.

Terwijl er af en toe nog bommen met vertragingsontstekers ontploften, begon men samen met de verkeersleiding een startbaan uit te zetten. Deze baan werd gemarkeerd met rode en gele spandoeken. Deze kromme baan van ongeveer 600 meter lengte, liep dwars door een akker. hierna vulde men de kleinere kraters met zand, de baan werd van bomscherven gezuiverd en men begon het zand aan te stampen. Tegen de middag was men zo ver dat er gestart kon worden. De III Gruppe wist nog 28 Ju 88’s de lucht in te krijgen; ze landden te Wahn in Duitsland.

Oók de Amerikanen…
Op 5 juli 1944 had de USAAF ook al een grote dagaanval uitgevoerd met B-17’s van de 41ste Combat Wing. De 36 Vliegende Forten moesten om 08.30 uur boven Volkel zijn op een hoogte van 24.000 voet. Ze waren iets aan de late kant, maar op de terugweg haalden ze wat van hun verloren tijd in. Op deze dag worden ook Gilze-Rijen en Eindhoven aangevallen. De formatie kreeg bij de Nederlandse kust bescherming van een Squadron P-51 jagers. De laatste bommen op het vligveld zelf vielen op 3 september. De Luftwaffe had namelijk na de aanval van 15 augustus 1944 kans gezien de aangerichte schade enigszins te herstellen en er straalvliegtuigen gestationeerd!

Also see:
Bulletin 034 uit juni 1978 Vliegveld Volkel deel 1
Bulletin 035 uit augustus 1978 Vliegveld Volkel deel 2
Bulletin 036 uit september 1978 Vliegveld Volkel deel 3
Bulletin 038 uit november 1978 Vliegveld Volkel deel 4
Bulletin 039 uit december 1978 Vliegveld Volkel deel 5
Bulletin 040 uit januari 1979 Vliegveld Volkel deel 6
Bulletin 041 uit februari 1979 Vliegveld Volkel deel 7
Bulletin 042 uit juni 1979 Vliegveld Volkel deel 8